Conclusie 21 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:823

Vordering procureur-generaal als bedoeld in art. 7, art. 9 en art. 17 van de Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten tegen gerechtsbesturen van drie rechtbanken in verband met de wijze waarop zij, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de persoonsgegevens van klager hebben verwerkt in (het kader van) het E-archief. 2. Voldoet de inrichting van het E-archief aan de normen van de AVG? Ad 1. De vordering strekt ertoe de klachten deels buiten behandeling te laten en deels ongegrond te verklaren. De PG geeft de Hoge Raad in overweging de klachten wel gegrond te verklaren voor zover niet is voldaan aan het beginsel van transparante gegevensverwerking a.b.i. art. 5 lid 1 onder a AVG. Ad 2. De PG komt tot de slotsom dat het E-archief thans, nadat verbetermaatregelen zijn getroffen, aan de eisen van de AVG voldoet. Dit brengt volgens hem mee dat ook uitspraken mogen worden geraadpleegd die in het E-archief zijn opgenomen voordat deze maatregelen werden getroffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen