Art. 995 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van rechtspleging in zaken van rechtspersonen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. In de zaken die ingevolge het bij of krachtens Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde met een verzoek worden ingeleid, is, tenzij anders is bepaald, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechtspersoon. Nadat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan blijft deze rechter bevoegd in zaken betreffende de vereffening, de benoeming van bewaarders van boeken en bescheiden en het verlenen van machtiging tot inzage in boeken en bescheiden.
2. Het verzoekschrift vermeldt, onverminderd het in artikel 278 bepaalde, de naam en de woonplaats van de rechtspersoon.
3. De rechter gelast in ieder geval de oproeping van de rechtspersoon.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 13 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2752
- Conclusie A-G Timmerman 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2829
- Rb. Rotterdam 2 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5506
- Rb. Rotterdam 14 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3998
- Rb. Rotterdam 24 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3334
- Rb. Overijssel 11 juni 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:2513
- Rb. Noord-Nederland 8 januari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:327
- Rb. Noord-Holland 28 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3092
- Rb. Noord-Holland 8 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2376
- Rb. Noord-Holland 20 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:14208
- Rb. Midden-Nederland 19 april 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1484
- Rb. Gelderland 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6421
- Rb. Gelderland 4 april 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3205
- Rb. Den Haag 5 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16611
- Rb. Den Haag 22 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3936
- Rb. Den Haag 11 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11801
- Rb. Arnhem 1 juni 1999, ECLI:NL:RBARN:1999:AA1020
- Rb. Amsterdam 17 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6170
- Conclusie A-G Vlas 25 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM0710
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3871