Conclusie A-G Vlas 25 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM0710
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenrecht corporaties. Art. 6 EVRM ten aanzien van bestuurder en aandeelhouder in eerste fase enquête niet van toepassing, zoals volgt uit EHRM 19 maart 2002, JOR 2002, 127 (Text Lite). Internationale bevoegdheid ondernemingskamer bij wijze van beheer ex art. 2:356, aanhef en onder e, BW tijdelijke overdracht van aandelen van buitenlandse vennootschap te bevelen, nu zowel de vennootschap ten aanzien waarvan de voorziening is getroffen als de verzoeker woonplaats heeft in Nederland, te beoordelen o.g.v. art. 2:345 BW en niet op basis van EEX. Overdracht van aandelen kan ook worden bevolen als de vennootschap slechts één aandeelhouder heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 995 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2:256 BW2
- Artikel 2:344 BW2
- Artikel 2:345 BW2
- Artikel 2:346 BW2
- Artikel 2:351 BW2
- Artikel 2:354 BW2
- Artikel 2:356 BW2
- Artikel 2:359 BW2
- Artikel 3:13 BW3
- Artikel 3 Wcc
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 2 EEX
- Artikel 22 EEX
- Artikel 31 EEX