Rb. Midden-Nederland 19 april 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1484
Het openbaar ministerie heeft de rechtbank Midden-Nederland verzocht om de motorclub Caloh Wagoh op grond van art. 2:20 BW verboden te verklaren en te ontbinden. Caloh Wagoh is niet in de procedure verschenen. Zes belanghebbenden, leden van Caloh Wagoh, zijn wel in de procedure verschenen en hebben verweer gevoerd. Anders dan de zes belanghebbenden is de rechtbank van oordeel dat zij relatief bevoegd is en dat Caloh Wagoh op de juiste wijze is opgeroepen. De rechtbank is verder van oordeel dat de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd is met de openbare orde en dat Caloh Wagoh daarom moet worden verboden en ontbonden. Die werkzaamheid bestaat uit gedragingen van Caloh Wagoh zélf en uit gedragingen die voortkomen uit de geweldscultuur van Caloh Wagoh. Ook de lokale chapters vallen onder het verbod omdat zij geen informele verenigingen zijn. Het verzoek van het openbaar ministerie om de verbodenverklaring en de ontbinding van Caloh Wagoh uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt, na een belangenafweging, afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl