Art. 818 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 279, eerste lid, kan een behandeling ter terechtzitting achterwege blijven indien er geen minderjarige kinderen zijn die ingevolge artikel 809 in de gelegenheid moeten worden gesteld hun mening kenbaar te maken en er, wanneer het een verzoek van een der echtgenoten betreft, niet tijdig verweer is gevoerd.
2. De rechter kan de echtgenoten naar een mediator verwijzen met als doel om de echtgenoten in onderling overleg tot afspraken over één of meer gevolgen van de echtscheiding te laten komen indien het verzoekschrift of de behandeling ter terechtzitting daartoe aanleiding geeft.
3. Op een eensluidend mondeling of schriftelijk verzoek van de echtgenoten wordt de behandeling niet aangevangen of voortgezet voor het verstrijken van een door hen aangeduide termijn, tenzij dit leidt tot onredelijke vertraging van het geding.
4. Indien tijdig een verweerschrift is ingediend dat een zelfstandig verzoek bevat, vangt de behandeling niet aan voordat tegen dit verzoek een verweerschrift is ingediend dan wel de daarvoor geldende termijn ongebruikt is verstreken.
5. De behandeling geschiedt, indien mogelijk, in één zitting.
6. De artikelen 802 en 803 zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:658
- Conclusie A-G de Bock 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:103
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 december 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:7783
- Rb. Zwolle-Lelystad 25 juli 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BU1417
- Rb. Rotterdam 27 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2075
- Rb. Rotterdam 10 mei 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA6219
- Rb. Noord-Nederland 17 december 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4975
- Rb. Haarlem 16 september 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7603
- Rb. Haarlem 13 mei 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4212
- Rb. Haarlem 11 december 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0180
- Rb. Haarlem 20 februari 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9626
- Rb. Haarlem 3 februari 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO3627
- Rb. Den Haag 25 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7317
- Conclusie A-G Coenraad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:239
- Conclusie A-G de Bock 12 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:192
- Conclusie A-G Langemeijer 27 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0387
- Hof 's-Gravenhage 1 augustus 2001, ECLI:NL:GHSGR:2001:AD4714
- Hof Den Haag 13 december 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2852