Rb. Haarlem 3 februari 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO3627
De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk zoals vorenvermeld, te verminderen met de kosten van de kinderen zoals vermeld en te verminderen met de premies ziektekostenverzekering ten behoeve van partijen, begroot op € 3.600,- per jaar, bedraagt € 8.454,- per maand. De behoefte van de vrouw kan worden gesteld op 60 % daarvan, derhalve op € 5.072,40 netto. Bij deze wijze van raming van de behoefte wordt niet ingegaan op de afzonderlijke kostenposten die de alimentatiegerechtigde opvoert om haar behoefte te begroten. Ook indien de vrouw voor 70% gaat werken, zal zij daarmee een inkomen genereren, dat deze behoefte dekt, zodat de rechtbank van oordeel is dat de vrouw geen behoefte heeft aan een aanvullende uitkering tot haar levensonderhoud door de man. Het verzoek van de vrouw hiertoe zal worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl