Rb. Rotterdam 27 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2075
Kort geding. Eiser vordert dat gedaagde op sociale media geen uitlatingen over hem meer doet, reeds gedane uitlatingen verwijdert en een rectificatie plaatst. Toewijzing. Botsing tussen recht op eerbiediging persoonlijke levenssfeer, goede naam en reputatie en recht op vrijheid van meningsuiting. Gedaagde heeft eiser beschuldigd van strafbare feiten, mededelingen gedaan over zijn privé-situatie en gedreigd met geweld tegen gedaagde. Dat is in de gegeven omstandigheden onrechtmatig. Uitlatingen vinden geen steun in het beschikbare feitenmateriaal en hebben niets van doen met het aan de kaak stellen van misstanden. Voor eiser zijn de gevolgen ernstig.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 803 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 818 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 245 Sr
- Artikel 284 Sr
- Artikel 285b Sr
- Artikel 300 Sr
- Artikel 1:253k BW1
- Artikel 1:349 BW1
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 10 EVRM