Rb. Haarlem 3 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6302
(JONG)MEERDERJARIGHEID KIND GEEN GROND VOOR OPHEFFING LOONBESLAG Bij beschikking van 31 mei 2005 (de eerste beschikking) heeft de rechtbank Haarlem kinderalimentatie voor de zoon en partneralimentatie voor de vrouw bepaald. Bij beschikking van 3 augustus 2010 (de derde beschikking) heeft het gerechtshof Amsterdam de partneralimentatie voor de vrouw verlaagd, maar de kinderalimentatie ongewijzigd gelaten. De man vordert opheffing van door de vrouw gelegde loonbeslagen, omdat hij geen betalingsachterstand (meer) heeft en, voor zover het gelegde loonbeslag ziet op kinderalimentatie, omdat de zoon inmiddels (jong)meerderjarig is, als gevolg waarvan die zoon - en dus niet (meer) de vrouw - een vordering op de man heeft. Voorzieningenrechter overweegt dat het loonbeslag uit hoofde van de eerste beschikking al in 2007 is gelegd, op welk moment de zoon nog minderjarig was. De daarbij bepaalde verplichting van de man tot het betalen van kinderalimentatie is bij het (jong)meerderjarig worden van de zoon op grond van het bepaalde in artikel 1:395b BW van rechtswege geconverteerd in een verplichting ter zake van levensonderhoud en studie. Loonbeslag voor kinderalimentatie is toen niet vervallen, maar de betaling vond op grond van het bepaalde in artikel 1:408 BW vanaf dat moment aan de meerderjarige plaats. Niet aannemelijk dat de vrouw niet was gemachtigd die betaling ten behoeve van de zoon in ontvangst te nemen. Derde-beslagene is op grond van artikel 479e Rv verplicht om - zolang de executant dit verlangt - het bedrag waarvoor het beslag is gelegd aan de executant te betalen. Geen grond voor opheffing loonbeslag. Volgt weigering voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl