Art. 282a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald, houdt de rechter de zaak aan zolang de verzoeker en de belanghebbende het griffierecht niet hebben voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
2. Heeft de verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de verzoeker in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. Heeft de belanghebbende het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan betrekt de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
4. De rechter laat het eerste lid, tweede lid, eerste volzin, en derde lid, eerste volzin geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5. Tegen beslissingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid staat geen hogere voorziening open.
6. Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing in zaken bij de voorzieningenrechter.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0721
- HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1687
- HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU3348
- Conclusie A-G Langemeijer 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3890
- HR 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6024
- HR 16 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7466
- HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU4020
- HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5607
- Hof 's-Hertogenbosch 16 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2717
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1013
- HR 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4669
- HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9210
- Conclusie A-G Vlas 27 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:957
- Conclusie A-G Langemeijer 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7255
- Conclusie A-G Huydecoper 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ4182
- HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY1383
- HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU5778
- Hof 's-Gravenhage 6 juli 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1639
- Hof Arnhem 20 december 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BZ0618
- Hof Amsterdam 24 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4928