Conclusie A-G Langemeijer 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3890
Wet griffierechten burgerlijke zaken. Dat eerst na ommekomst van de termijn van vier weken griffierecht is bijgeschreven op de rekening van de Hoge Raad staat aan de ontvankelijkheid van het beroep niet in de weg, nu dit betrekking heeft op de ondertoezichtstelling van een minderjarige als bedoeld in art. 1 lid 1, aanhef en onder f, van de regeling griffierechten burgerlijke zaken en dus is vrijgesteld van heffing van griffierechten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 282 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 282a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 402 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 409a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 427b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 822 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 94 Gw
- Artikel 421 Sv
- Artikel 22 Berw
- Artikel 29a AWR
- Artikel 40 Wet RvS
- Artikel 1 Algemene termijnenwet
- Artikel 1:254 BW1
- Artikel 1:258 BW1
- Artikel 1:261 BW1
- Artikel 8:41 Awb
- Artikel 8:54 Awb
- Artikel 8:55 Awb