Art. 127a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, De dagvaardingsprocedure in eerste aanleg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De rechter houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
2. Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie, met veroordeling van de eiser in de kosten. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
3. De rechter laat het eerste en tweede lid, eerste volzin, geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
4. Tegen beslissingen ingevolge het tweede en derde lid staat geen hogere voorziening open.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3630
- HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:284
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1229
- HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:272
- HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1086
- HR 16 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7361
- Rb. Amsterdam 8 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BW2575
- Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3248
- Conclusie A-G Valk 17 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:301
- Conclusie A-G de Bock 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:287
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:47
- HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1512
- HR 22 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:100
- HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4182
- Hof Amsterdam 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4130
- Rb. Amsterdam 21 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9050
- Rb. Amsterdam 15 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6356
- Rb. Amsterdam 6 oktober 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6955
- Rb. Amsterdam 18 augustus 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5357
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1071