Art. 93 Verordening (EU) 2024/1620, Partnerschappen voor informatie-uitwisseling op het gebied van AML/CFT

Verordening (EU) 2024/1620

1. Indien dat relevant is voor de vervulling van de in hoofdstuk II bedoelde taken, mag de autoriteit grensoverschrijdende partnerschappen voor informatie-uitwisseling opzetten, in overeenstemming met de grondrechten en gerechtelijke procedurele waarborgen, of deelnemen aan partnerschappen voor informatie-uitwisseling die in één of meer lidstaten zijn opgezet met als doel het voorkomen en bestrijden van het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en de financiering van terrorisme te ondersteunen. De deelname van de autoriteit aan een reeds bestaand partnerschap is afhankelijk van de instemming van de autoriteiten die een dergelijk partnerschap hebben opgezet.

2. Wanneer de autoriteit een grensoverschrijdend partnerschap voor informatie-uitwisseling opricht, zorgt zij ervoor dat het partnerschap voldoet aan de vereisten van artikel 75, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EU) 2024/1624. Naast meldingsplichtige entiteiten kan de autoriteit de in artikel 2, lid 1, punt 44), a), b) en c), van die verordening bedoelde bevoegde autoriteiten, alsook de instellingen, organen en instanties van de Unie die een rol spelen bij het voorkomen en bestrijden van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering, uitnodigen om deel te nemen aan het partnerschap, indien die deelname relevant is voor de uitvoering van hun taken en bevoegdheden. Met de unanieme instemming van de deelnemende leden kunnen andere derden worden uitgenodigd om, waar relevant, incidenteel deel te nemen aan vergaderingen van het partnerschap.

Vorige artikelen

Volgende artikelen