Art. 88 Verordening (EU) 2024/1620, Beroepsgeheim

Verordening (EU) 2024/1620

1. De leden van de algemene raad en van de raad van bestuur, alsook alle personeelsleden van de autoriteit, met inbegrip van tijdelijk door de lidstaten gedetacheerde ambtenaren, en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de autoriteit, zijn onderworpen aan de vereisten van het beroepsgeheim op grond van artikel 339 VWEU en artikel 67 van Richtlijn (EU) 2024/1640, ook na beëindiging van hun functie.

2. De raad van bestuur zorgt ervoor dat personen die, direct of indirect, permanent of occasioneel, diensten in verband met de taken van de autoriteit verstrekken, waaronder ook ambtenaren en andere personen die door de raad van bestuur daartoe zijn gemachtigd of door overheidsinstanties en FIE’s daartoe zijn aangewezen, worden onderworpen aan vereisten van het beroepsgeheim die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in lid 1.

3. Met het oog op de uitvoering van de haar bij deze verordening opgedragen taken is de autoriteit, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die in de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen zijn omschreven, gemachtigd om met autoriteiten of organen van de Unie en met nationale autoriteiten of organen informatie uit te wisselen in de gevallen waarin de financiële toezichthouders krachtens die handelingen informatie aan die entiteiten openbaar mogen maken of waarin de lidstaten krachtens het toepasselijke Unierecht in die openbaarmaking kunnen voorzien.

4. De autoriteit stelt praktische regelingen vast voor de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde vertrouwelijkheidsregels.

5. De autoriteit past Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie (44) toe.

Vorige artikelen

Volgende artikelen