Art. 9 Verordening (EU) 2024/1620, Thematische toetsingen
1. Uiterlijk op 1 december van elk jaar voorzien de toezichthoudende autoriteiten de autoriteit van gegevens over hun voor het volgende jaar of voor de volgende toezichtperiode geplande toezichttoetsingen, op thematische basis, die als doel hebben om ML/TF-risico’s of een specifiek aspect van dergelijke risico’s waaraan meerdere meldingsplichtige entiteiten tegelijkertijd zijn blootgesteld, te beoordelen. De volgende informatie wordt daarbij verstrekt:
a) de werkingssfeer van elke geplande thematische toetsing, d.w.z. de categorie van de betrokken meldingsplichtige entiteiten, hun aantal en het onderwerp van de toetsing;
b) het tijdschema van elke geplande thematische toetsing;
c) soort, aard en frequentie van de voor elke thematische toetsing geplande toezichtactiviteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse of andere vormen van directe interactie met meldingsplichtige entiteiten, indien van toepassing.
2. Uiterlijk aan het eind van elk jaar legt de voorzitter van de autoriteit aan de algemene raad in toezichtsamenstelling als bedoeld in artikel 57, lid 2, een geconsolideerde planning voor van de thematische toetsingen die de toezichthoudende autoriteiten van plan zijn het volgende jaar uit te voeren.
3. Wanneer de thematische toetsingen vanwege hun werkingssfeer en relevantie voor de hele Unie coördinatie op Unieniveau rechtvaardigen, worden zij gezamenlijk door de betrokken toezichthoudende autoriteiten uitgevoerd en gecoördineerd door de autoriteit. De raad van bestuur kan op basis van de beschikbare analyses van dreigingen, kwetsbaarheden en risico’s in de interne markt gezamenlijke thematische toetsingen voorstellen. De algemene raad in toezichtsamenstelling stelt een lijst op van gezamenlijke thematische toetsingen. De algemene raad in toezichtsamenstelling stelt een rapport op over de uitvoering, het onderwerp en het resultaat van elke gezamenlijke thematische toetsing. De autoriteit maakt dat rapport bekend op haar website.
4. De autoriteit coördineert de activiteiten van de toezichthoudende autoriteiten en faciliteert de planning en uitvoering van de gezamenlijke thematische toetsingen bedoeld in lid 3. Elke directe interactie met meldingsplichtige entiteiten die geen geselecteerde meldingsplichtige entiteit zijn in het kader van een thematische toetsing blijft onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op die meldingsplichtige entiteiten en wordt niet opgevat als een overdracht van taken en bevoegdheden met betrekking tot die entiteiten binnen het AML/CFT-toezichtsysteem.
5. Wanneer geplande thematische toetsingen op nationaal niveau niet gecoördineerd worden op Unieniveau, onderzoekt de autoriteit samen met de toezichthoudende autoriteiten of de tijdschema’s van die thematische toetsingen onderling moeten en kunnen worden afgestemd of gesynchroniseerd, en faciliteert zij informatie-uitwisseling en wederzijdse bijstand tussen de toezichthoudende autoriteiten die die thematische toetsingen uitvoeren. De autoriteit faciliteert ook alle activiteiten die de betrokken toezichthoudende autoriteiten gezamenlijk of op vergelijkbare wijze wensen uit te voeren in het kader van hun respectieve thematische toetsingen.
6. De autoriteit zorgt ervoor dat de resultaten en conclusies van thematische toetsingen die op nationaal niveau door verschillende toezichthoudende autoriteiten worden uitgevoerd, met alle toezichthoudende autoriteiten worden gedeeld, behalve waar het gaat om vertrouwelijke informatie in verband met individuele meldingsplichtige entiteiten. Gemeenschappelijke conclusies die voortvloeien uit de uitwisseling van informatie of uit gezamenlijke of gecoördineerde activiteiten waarbij verschillende toezichthoudende autoriteiten betrokken zijn, worden eveneens aldus gedeeld.