Art. 7 Verordening (EU) 2024/1620, Samenwerking binnen het AML/CFT-toezichtsysteem
1. De autoriteit is verantwoordelijk voor de doeltreffende en consistente werking van het AML/CFT-toezichtsysteem.
2. De autoriteit en de toezichthoudende autoriteiten zijn gehouden tot loyale samenwerking te goeder trouw en tot informatie-uitwisseling voor AML/CFT-doeleinden, in overeenstemming met deze verordening, Verordening (EU) 2023/1113, Verordening (EU) 2024/1624 en Richtlijn (EU) 2024/1640.
3. Op verzoek van de autoriteit voorzien de toezichthoudende autoriteiten de autoriteit van alle voor de vervulling van de taken van de autoriteit — op grond van artikel 5, leden 1, 3 en 4 — benodigde informatie over meldingsplichtige entiteiten die op nationaal niveau onder rechtstreeks toezicht blijven staan, indien de toezichthoudende autoriteiten rechtens toegang tot die informatie hebben.
4. De toezichthoudende autoriteiten helpen de autoriteit bij het vaststellen en rekening houden met de specifieke kenmerken van hun respectieve nationale rechtskaders, met name waar het gaat om toepassing door de autoriteit van nationale wetgeving tot omzetting van het Unierecht als bedoeld in artikel 1, lid 2.