Art. 84 Verordening (EU) 2024/1620, Verantwoordingsplicht en verslaglegging
1. De autoriteit legt tegenover het Europees Parlement en de Raad verantwoording af over de uitvoering van deze verordening.
2. De autoriteit dient jaarlijks bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag over de uitvoering van de haar bij deze verordening opgedragen taken in, met informatie over de geplande ontwikkeling van de structuur en het bedrag van de in artikel 77 bedoelde toezichtvergoedingen. Met betrekking tot de richtsnoeren en aanbevelingen die de Autoriteit overeenkomstig artikel 54 heeft uitgebracht, bevat het verslag informatie over de naleving van de richtsnoeren en aanbevelingen die zijn uitgebracht in het jaar waarop het verslag betrekking heeft, alsook alle relevante actualiseringen betreffende de naleving van eerder uitgebrachte richtsnoeren en aanbevelingen. Het verslag wordt openbaar gemaakt en bevat alle andere relevante informatie waar het Europees Parlement op ad-hocbasis om heeft verzocht. De voorzitter van de autoriteit presenteert dat verslag in het openbaar aan het Europees Parlement.
3. Op verzoek van het Europees Parlement neemt de voorzitter van de autoriteit deel aan een in de bevoegde commissies van het Europees Parlement gehouden hoorzitting over de uitvoering van zijn taken. Minstens eenmaal per jaar wordt een hoorzitting gehouden. Op verzoek van het Europees Parlement legt de voorzitter van de autoriteit een verklaring af in de relevante commissies van het Europees Parlement en beantwoordt eventuele vragen van de commissieleden wanneer daarom wordt verzocht.
4. Binnen zes weken na elke vergadering van de algemene raad zorgt de autoriteit er ten minste voor dat het Europees Parlement een uitgebreid en relevant verslag van het verloop van die vergadering ontvangt dat een volledig begrip van de besprekingen op die vergadering mogelijk maakt, met inbegrip van een geannoteerde lijst van besluiten. In dat verslag zijn de besprekingen binnen de algemene raad die betrekking hebben op individuele meldingsplichtige entiteiten of besprekingen met betrekking tot vertrouwelijke toezichtgegevens of FIE-gerelateerde gegevens niet weergegeven, tenzij in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen anders is bepaald.
5. De autoriteit antwoordt mondeling of schriftelijk op vragen die het Europees Parlement aan haar voorlegt, binnen vijf dagen na ontvangst van die vragen.
6. Desgevraagd voert de voorzitter van de autoriteit achter gesloten deuren met de bevoegde commissies van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen, als die besprekingen nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van het Europees Parlement uit hoofde van de Verdragen. Alle deelnemers nemen het beroepsgeheim in acht.
7. Wanneer de autoriteit het Europees Parlement in kennis stelt van aangelegenheden die verband houden met de bijdrage van de autoriteiten aan het optreden van de Unie in internationale fora, maakt zij geen informatie openbaar die zij bij de uitvoering van die taak heeft ontvangen, indien die informatie onderworpen is aan door derden opgelegde vertrouwelijkheidsvereisten.