Art. 57 Verordening (EU) 2024/1358, Verslaglegging, monitoring en evaluatie
1. eu-LISA legt aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming jaarlijks een verslag voor over de activiteiten van Eurodac, met inbegrip van de technische werking en de beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van Eurodac, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de doelstellingen op het gebied van resultaten, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening.
2. eu-LISA zorgt voor procedures om de werking van Eurodac te toetsen aan de in lid 1 bedoelde doelstellingen.
3. Met het oog op het technische onderhoud en de opstelling van verslagen en statistieken heeft eu-LISA toegang tot de vereiste informatie over de in Eurodac verrichte verwerkingshandelingen.
4. Uiterlijk op 12 juni 2027 voert eu-LISA een studie uit naar de technische haalbaarheid van het toevoegen van gezichtsherkenningssoftware aan Eurodac met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen, ook van minderjarigen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware oplevert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voordat in Eurodac gezichtsherkenningstechnologie wordt ingevoerd.
5. Uiterlijk op 12 juni 2029 en vervolgens om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en de impact op de grondrechten, waarbij met name de gegevensbescherming en het recht op privacy worden onderzocht, onder meer of de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten, waaronder het gebruik van gezichtsherkenningssoftware, nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn, en waarbij ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen worden gedaan. De evaluatie omvat ook een beoordeling van de synergieën tussen deze verordening en Verordening (EU) 2018/1862. De Commissie zendt de verslagen over de evaluatie toe aan het Europees Parlement en de Raad.
6. De lidstaten verstrekken eu-LISA en de Commissie de informatie die nodig is om het in lid 1 bedoelde jaarverslag op te stellen.
7. eu-LISA, de lidstaten en Europol verstrekken de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algehele evaluatie op te stellen. Die informatie brengt de werkmethoden niet in gevaar en bevat geen informatie waardoor bronnen, namen van personeelsleden of onderzoeken van de aangewezen autoriteiten worden onthuld.
8. Voor rechtshandhavingsdoeleinden stellen elke lidstaat en Europol, met inachtneming van de bepalingen van het nationale recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie, om de twee jaar verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van biometrische gegevens met Eurodac-gegevens, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over:
a) het exacte doel van de vergelijking, met inbegrip van het soort terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit;
b) de aangevoerde redenen voor gegronde verdenking;
c) de redelijke gronden overeenkomstig artikel 33, lid 1, punt a), van deze verordening om geen vergelijkingen met andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ uit te voeren;
d) het aantal verzoeken om vergelijking;
e) het aantal en het soort gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties, en
f) de noodzaak en het gebruik van uitzonderlijke gevallen van urgentie, met inbegrip van de gevallen waarin het urgente karakter door de controlerende autoriteit niet werd aanvaard bij de verificatie achteraf.
De in de eerste alinea bedoelde verslagen van de lidstaten en Europol worden aan de Commissie toegezonden vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
9. Op basis van de verslagen van de lidstaten en Europol als bedoeld in lid 8 en in aanvulling op de in lid 5 bedoelde algemene evaluatie stelt de Commissie om de twee jaar een verslag op over de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden en zendt zij dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.