Art. 37 Verordening (EU) 2024/1358, Toezending
1. De biometrische gegevens en andere persoonsgegevens worden gedigitaliseerd en toegezonden in het in het overeengekomen interface control document vastgelegde gegevensformaat. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA de nodige technische voorschriften op met betrekking tot het gegevensformaat dat moet worden gebruikt voor de toezending van gegevens door de lidstaten aan Eurodac en vice versa. eu-LISA zorgt ervoor dat de door de lidstaten toegezonden biometrische gegevens in het geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsherkenningssysteem kunnen worden vergeleken.
2. De lidstaten zenden de in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde gegevens elektronisch toe. De in artikel 17, leden 1 en 2, artikel 19, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, leden 2 en 3, artikel 23, leden 2 en 3, artikel 24, leden 2 en 3, en artikel 26, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in Eurodac. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van Eurodac noodzakelijk is, stelt eu-LISA technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens langs elektronische weg door de lidstaten correct aan Eurodac en vice versa kunnen worden gezonden.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat het in artikel 17, lid 1, punt k), artikel 19, lid 1, punt k), artikel 21, lid 1, punt k), artikel 22, lid 2, punt k), artikel 23, lid 2, punt k), artikel 24, lid 2, punt k), artikel 26, lid 2, punt k), en artikel 32, lid 1, bedoelde referentienummer het mogelijk maakt om de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt te koppelen en dat uit dat nummer kan worden opgemaakt of het gaat om een persoon als bedoeld in artikel 15, lid 1, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 1, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 1, of artikel 26, lid 1.
4. Het in lid 3 van dit artikel bedoelde referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personen- of verzoekcategorie. In artikel 15, lid 1, bedoelde personen worden aangeduid met “1”, in artikel 22, lid 1, bedoelde personen met “2”, in artikel 23, lid 1, bedoelde personen met “3”, in artikel 33 bedoelde verzoeken met “4”, in artikel 34 bedoelde verzoeken met “5”, in artikel 43 bedoelde verzoeken met “6”, in artikel 18 bedoelde verzoeken met “7”, in artikel 20 bedoelde personen met “8”, in artikel 24, lid 1, bedoelde personen met “9”, en in artikel 26, lid 1, bedoelde personen met “0”.
5. eu-LISA stelt de nodige technische procedures voor de lidstaten vast zodat Eurodac ondubbelzinnige gegevens ontvangt.
6. Eurodac bevestigt de ontvangst van de toegezonden gegevens zo spoedig mogelijk. eu-LISA stelt de nodige technische voorschriften vast zodat de lidstaten op verzoek de ontvangstbevestiging ontvangen.