Art. 5 Verordening (EU) 2024/1349, Bewaring
1. Bewaring kan slechts als laatste redmiddel worden opgelegd indien dit noodzakelijk blijkt op basis van een individuele beoordeling van elk geval en indien andere, minder dwingende maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast.
2. Personen als bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze verordening die tijdens de asielgrensprocedure in bewaring werden gesteld, die niet langer het recht hebben om te blijven en die geen toestemming krijgen om te blijven, kunnen verder in bewaring worden gehouden om hun binnenkomst op het grondgebied van de betrokken lidstaat te beletten, hun terugkeer voor te bereiden of de verwijderingsprocedure uit te voeren.
3. Personen als bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze verordening die tijdens de asielgrensprocedure niet in bewaring werden gesteld, die niet langer het recht hebben om te blijven en die geen toestemming hebben gekregen om te blijven, kunnen in bewaring worden gesteld indien er een risico bestaat op onderduiken in de zin van Richtlijn 2008/115/EG, indien zij de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijken of belemmeren of indien zij een risico vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
4. De bewaring duurt zo kort mogelijk en alleen zolang er sprake is van een redelijk vooruitzicht van verwijdering en zolang de regelingen daarvoor worden getroffen en met de nodige zorgvuldigheid worden uitgevoerd. De duur van de bewaring mag niet langer zijn dan de in artikel 4, lid 2, van deze verordening bedoelde periode en, indien een bewaring wordt opgelegd die onmiddellijk aansluit op een periode van bewaring als voorgeschreven uit hoofde van dit artikel, wordt die periode van bewaring meegerekend in de in artikel 15, leden 5 en 6, van Richtlijn 2008/115/EG vastgestelde maximale bewaringstermijnen.
5. Uiterlijk op 12 december 2024 ontwikkelt het bij Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad (18) opgerichte Asielagentschap van de Europese Unie overeenkomstig artikel 13, lid 2, van die verordening richtsnoeren over verschillende praktijken als alternatief voor bewaring die in het kader van een grensprocedure zouden kunnen worden gebruikt.