Art. 69 Verordening (EU) 2024/1157, Verzoeken om inlichtingen
1. De Commissie kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ermee instemt te worden gehoord, ondervragen met het oog op het verzamelen van alle nodige informatie over de relevante overbrengingen van afvalstoffen.
2. Wanneer een dergelijk onderhoud in de bedrijfsruimten van een inrichting, onderneming, makelaar of handelaar plaatsvindt, stelt de Commissie de in artikel 65, lid 2, bedoelde vaste medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de samenwerking of de contactpunten in de betrokken lidstaat op het grondgebied waarvan het onderhoud plaatsvindt, daarvan in kennis. Op verzoek van de autoriteit van die lidstaat kunnen haar ambtenaren het personeel van de Commissie bijstaan bij het voeren van het onderhoud.
De uitnodiging voor een onderhoud met de betrokkene wordt ten minste tien werkdagen van tevoren toegezonden. Die termijn kan worden ingekort met de uitdrukkelijke instemming van de betrokkene of om naar behoren gemotiveerde redenen van spoedeisendheid van de inspectie.
In het laatste geval mag die termijn in geen geval minder dan 24 uur bedragen. De uitnodiging bevat een opsomming van de rechten van de betrokkene en vermeldt in het bijzonder het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.
3. De Commissie kan natuurlijke personen of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor een inrichting of onderneming, of een makelaar of handelaar verzoeken alle nodige informatie over de desbetreffende overbrengingen van afvalstoffen te verstrekken. De Commissie vermeldt de rechtsgrondslag en het doel van het verzoek, specificeert welke informatie wordt verlangd en stelt de termijn vast waarbinnen de informatie moet worden verstrekt.
4. De Commissie stelt onverwijld een afschrift van het verzoek beschikbaar aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de zetel van de vestiging, de onderneming, de makelaar of de handelaar zich bevindt, alsook aan de autoriteiten van de lidstaat om wiens grondgebied het gaat.
5. Wanneer de inrichting, onderneming, makelaar of handelaar de gevraagde informatie niet verstrekt of de Commissie van oordeel is dat de ontvangen informatie ontoereikend is om tot een conclusie te komen, is de tweede zin van artikel 61, lid 6, van overeenkomstige toepassing.