Art. 68 Verordening (EU) 2024/1157, Inspecties door de Commissie

Verordening (EU) 2024/1157

1. De Commissie kan overeenkomstig artikel 67 overbrengingen op grond van artikel 60, leden 1 en 2, van deze verordening inspecteren.

2. De Commissie voert alleen een inspectie uit wanneer er voldoende vermoeden bestaat dat er sprake is van een illegale overbrenging van afvalstoffen.

3. De Commissie bereidt inspecties voor en voert die uit in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat. Die samenwerking omvat de uitwisseling van informatie en de uitwisseling van standpunten over de planning van de inspecties en de te nemen maatregelen. De Commissie houdt rekening met alle inspecties, lopende vervolgingen, wettelijke of administratieve procedures door administratieve of gerechtelijke autoriteiten van een lidstaat.

De Commissie deelt het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van de inspecties vijftien dagen op voorhand mee aan de in artikel 65, lid 2, bedoelde vaste medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de samenwerking of de contactpunten in de betrokken lidstaat op het grondgebied waarvan de inspectie zal worden uitgevoerd, zodat de relevante autoriteiten de nodige bijstand kunnen verlenen. Daartoe krijgen ambtenaren van de relevante autoriteiten van de betrokken lidstaat de kans om aan de inspecties deel te nemen. In dringende gevallen, indien het niet mogelijk is de kennisgevingstermijn van vijftien dagen in acht te nemen, doet de Commissie de kennisgeving op het eerste passende tijdstip.

Bovendien worden de inspecties op verzoek van de relevante autoriteiten van de betrokken lidstaat gezamenlijk door de Commissie en de bevoegde autoriteiten van die lidstaat uitgevoerd.

4. Het personeel en andere begeleidende personen die door de Commissie zijn gemachtigd om een inspectie uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit op vertoon van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie worden vermeld.

5. Het personeel van de Commissie dat een inspectie uitvoert, is bevoegd om:

a) toegang te hebben tot alle ruimten, terreinen en vervoermiddelen van de kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger of de inrichting die de afvalstoffen ontvangt;

b) alle relevante documenten met betrekking tot het voorwerp en het doel van de inspecties te onderzoeken, ongeacht het medium waarop zij zijn opgeslagen, en kopieën of uittreksels van die documenten te maken of te verkrijgen;

c) de kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger of de inrichting die de afvalstoffen ontvangt, om toelichting te vragen over feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van de inspecties, en de antwoorden te registreren;

d) verklaringen te nemen en te registreren van de kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger of de inrichting die de afvalstoffen ontvangt die verband houden met het voorwerp en het doel van de inspecties;

e) de afvalstoffen fysiek te controleren en waar passend monsters van de afvalstoffen te nemen voor laboratoriumtests.

6. De kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt, werken tijdens haar inspecties met de Commissie samen.

7. De autoriteiten van de lidstaten die betrokken zijn bij inspecties van overbrengingen van afvalstoffen op het grondgebied waarvan de inspectie door de Commissie zal worden verricht, verlenen op verzoek van de Commissie de nodige bijstand aan het personeel van de Commissie.

8. De kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt, dienen zich aan inspecties van de Commissie te onderwerpen.

9. Wanneer de Commissie constateert dat de kennisgever, de opdrachtgever voor de overbrenging, de afvalstoffenproducent, de afvalstoffenhouder, de vervoerder, de ontvanger of de inrichting die de afvalstoffen ontvangt, zich tegen een inspectie verzet, verlenen de relevante autoriteiten van de betrokken lidstaat de Commissie de nodige bijstand, waar passend door een beroep te doen op de handhavingsautoriteiten, teneinde haar in staat te stellen haar inspectie uit te voeren. Indien nationale regels voorschrijven dat voor dergelijke bijstand de toestemming van een gerechtelijke autoriteit vereist is, wordt die toestemming gevraagd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen