Art. 67 Verordening (EU) 2024/1157, Algemene bepalingen

Verordening (EU) 2024/1157

1. Onverminderd Verordening (EG) nr. 515/97 oefent de Commissie de bij de artikelen 67 tot en met 71 verleende bevoegdheden uit om de handhavingsactiviteiten van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen alsook bij te dragen tot een uniforme uitvoering van deze verordening in de gehele Unie.

2. De Commissie kan de haar bij deze verordening verleende bevoegdheden uitoefenen met betrekking tot overbrengingen van afvalstoffen die op grond van artikel 2, lid 1, binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen en die complex van aard zijn en ernstige nadelige gevolgen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu, indien het vereiste onderzoek een grensoverschrijdende dimensie heeft waarbij ten minste twee landen zijn betrokken. De Commissie kan dankzij die bevoegdheden op eigen initiatief, op verzoek van de autoriteiten van een of meer lidstaten of op basis van een klacht maatregelen nemen indien er voldoende vermoeden bestaat dat het vervoer van de betrokken stof of het betrokken voorwerp of de overbrenging van de betrokken afvalstoffen een illegale overbrenging vormt. De Commissie kan dergelijke klachten ook doorsturen naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten.

Indien de Commissie besluit om niet op te treden, antwoordt zij binnen een redelijke termijn aan de autoriteit van de lidstaten of aan de personen die de klacht hebben ingediend, met opgave van de redenen waarom zij van mening is dat er geen voldoende verdenking bestaat om dat te doen, tenzij er redenen van algemeen belang zijn, zoals de bescherming van de vertrouwelijkheid van administratieve of strafrechtelijke procedures.

De Commissie verleent de lidstaten ook bijstand bij het organiseren van nauwe en regelmatige samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten op grond van artikel 71.

3. Bij de uitoefening van haar bevoegdheden houdt de Commissie rekening met de lopende of reeds uitgevoerde inspecties, vervolgingen, wettelijke of administratieve procedures met betrekking tot dezelfde overbrengingen door de autoriteiten van een lidstaat op grond van deze verordening, en komt zij daarin niet tussenbeide. Bij de uitoefening van haar bevoegdheden houdt de Commissie rekening met elk verzoek tot uitstel van een autoriteit van een lidstaat via haar vaste personeel dat verantwoordelijk is voor de samenwerking of via de in artikel 65, lid 2, bedoelde contactpunten.

4. Na afloop van haar acties stelt de Commissie een verslag op. Indien de Commissie concludeert dat het vervoer van de betrokken stof of het betrokken voorwerp of de overbrenging van de betrokken afvalstoffen een illegale overbrenging vormt, stelt zij de bevoegde autoriteiten van het betrokken land of de betrokken landen daarvan in kennis en beveelt zij aan dat een dergelijke illegale overbrenging overeenkomstig de artikelen 25 en 26 wordt afgehandeld. De Commissie kan ook een bepaalde follow-up aanbevelen aan de betrokken autoriteiten van de lidstaten en, indien nodig, de betrokken instellingen, organen en instanties van de Unie daarvan in kennis stellen.

5. Verslagen die op basis van lid 4 worden opgesteld, vormen, samen met alle bewijsstukken ter ondersteuning van en als bijlage bij die verslagen, toelaatbare bewijsmiddelen:

a) in niet-strafrechtelijke gerechtelijke procedures voor de nationale rechter en in administratieve procedures in de lidstaten;

b) in strafrechtelijke procedures in de lidstaat wanneer het gebruik ervan nodig blijkt, op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als door de nationale administratieve autoriteiten opgestelde administratieve verslagen, en zij worden beoordeeld volgens dezelfde regels als administratieve verslagen van de nationale administratieve autoriteiten en hebben dezelfde bewijskracht;

c) in gerechtelijke procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Deze verordening doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de nationale rechterlijke instanties en bevoegde autoriteiten om de bewijskracht van de door de Commissie overeenkomstig lid 4 opgestelde verslagen vrij te beoordelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen