Art. 93 Verordening (EU) 2021/1060, Gemeenschappelijke regels voor betalingen

Verordening (EU) 2021/1060

1. Onverminderd artikel 15, leden 5 en 6, en afhankelijk van de beschikbare middelen verricht de Commissie tussentijdse betalingen binnen 60 dagen na de datum waarop zij de betalingsaanvraag heeft ontvangen.

2. Elke betaling wordt toegerekend aan de oudste openstaande vastlegging in de begroting van het fonds en aan de regiocategorie in kwestie. De Commissie vergoedt bij wijze van tussentijdse betaling 95 % van de in de betalingsaanvraag opgenomen bedragen, hetgeen wordt berekend door het medefinancieringspercentage voor elke prioriteit toe te passen op de totale subsidiabele uitgaven of, naargelang het geval, op de overheidsbijdrage. De Commissie bepaalt welke resterende bedragen er worden vergoed of teruggevorderd bij de berekening van het saldo van de rekeningen overeenkomstig artikel 100.

3. De steun uit de fondsen voor een prioriteit in de vorm van tussentijdse betalingen ligt niet hoger dan het steunbedrag uit de fondsen voor de prioriteit dat is vastgelegd in het besluit tot goedkeuring van het programma.

4. Indien bijdragen van de Unie een van de in artikel 51 genoemde vormen aannemen, betaalt de Commissie niet meer dan het door de lidstaat gevraagde bedrag.

5. De steun uit de fondsen voor een prioriteit bij de betaling van het saldo van het laatste boekjaar bedraagt niet meer dan:

a) de in de betalingsaanvragen gedeclareerde overheidsbijdrage;

b) de aan de begunstigden betaalde of te betalen steun uit de fondsen;

c) het door de lidstaat gevraagde bedrag.

Overeenkomstig artikel 36, lid 5, uitgekeerde bedragen worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het in punt b) van de eerste alinea van dit artikel bedoelde maximum.

6. Op verzoek van een lidstaat kunnen tussentijdse betalingen worden verhoogd met 10 % boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op elke prioriteit voor de fondsen, mits die lidstaat na 1 juli 2021 [datum van inwerkingtreding van deze verordening] aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

a) de lidstaat ontvangt een lening van de Unie op grond van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad (52);

b) de lidstaat ontvangt financiële bijstand op middellange termijn in het kader van het Europees stabiliteitsmechanisme zoals vastgelegd in het Verdrag tot instelling van het Europees stabiliteitsmechanisme van 2 februari 2012 of zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 332/2002, met als voorwaarde dat er een macro-economisch aanpassingsprogramma wordt uitgevoerd;

c) aan de lidstaat wordt financiële bijstand beschikbaar gesteld met als voorwaarde dat er een macro-economisch aanpassingsprogramma wordt uitgevoerd als nader omschreven in Verordening (EU) nr. 472/2013.

Het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, is van toepassing op de betalingsverzoeken die worden ingediend tot aan het einde van het kalenderjaar waarin de betrokken financiële bijstand wordt stopgezet.

7. Lid 6 is niet van toepassing op Interreg-programma’s.

Vorige artikelen

Volgende artikelen