Art. 90 Verordening (EU) 2021/1060, Voorfinanciering
1. De Commissie betaalt voorfinanciering op basis van de totale steun uit de fondsen zoals beschreven in het besluit tot goedkeuring van het programma.
2. De voorfinanciering voor elk fonds wordt ieder jaar vóór 1 juli betaald in jaarlijkse tranches, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen, en wel als volgt:
a) 2021: 0,5 %;
b) 2022: 0,5 %;
c) 2023: 0,5 %;
d) 2024: 0,5 %;
e) 2025: 0,5 %;
f) 2026: 0,5 %.
Indien een programma na 1 juli 2021 wordt goedgekeurd, worden de eerdere tranches in het jaar van goedkeuring betaald.
3. In afwijking van lid 2 worden in de Interreg-verordening specifieke regels inzake voorfinanciering voor Interreg-programma’s vastgelegd.
4. In afwijking van lid 2 worden in de fondsspecifieke verordeningen specifieke regels inzake voorfinanciering vastgelegd voor door het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma’s.
5. Het als voorfinanciering betaalde bedrag voor de jaren 2021 en 2022 wordt jaarlijks in de rekeningen van de Commissie vereffend en, voor de jaren 2023 tot en met 2026, uiterlijk met het laatste boekjaar, overeenkomstig artikel 100.
Voor door het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma’s wordt het als voorfinanciering betaalde bedrag uiterlijk in het laatste boekjaar in de rekeningen van de Commissie vereffend.
6. Eventuele door de voorfinanciering gegenereerde renteopbrengsten worden voor het betrokken programma op dezelfde wijze gebruikt als de fondsen en worden opgenomen in de rekeningen van het laatste boekjaar.