Art. 97 Verordening (EU) 2021/1060, Schorsing van betalingen
1. Nadat de Commissie de lidstaat in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te formuleren, kan zij de betalingen, behalve bij voorfinanciering, geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) de lidstaat heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen om een einde te maken aan de situatie die aanleiding geeft tot een onderbreking krachtens artikel 96;
b) er is sprake van een ernstige tekortkoming;
c) de uitgaven in de betalingsaanvragen houden verband met een onregelmatigheid waartegen geen corrigerende maatregelen zijn genomen;
d) de Commissie heeft een met redenen omkleed advies uitgebracht in verband met een inbreukprocedure als bedoeld in artikel 258 VWEU met betrekking tot een aangelegenheid die de wettigheid en regelmatigheid van die uitgaven in gevaar brengt.
2. De Commissie heft de schorsing van alle of bepaalde betalingen op wanneer de lidstaat maatregelen heeft genomen om de in lid 1 genoemde elementen te verhelpen.
3. De fondsspecifieke voorschriften voor het EFMZVA kunnen voorzien in specifieke gronden voor de schorsing van betalingen wegens niet-naleving van regels die gelden uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid.