Art. 17 Verordening (EU) 2021/267, Verlenging van de in Richtlijn 2005/65/EG vastgestelde termijnen
1. Niettegenstaande artikel 10 van Richtlijn 2005/65/EG, worden de termijnen voor het uitvoeren van de evaluatie van havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen die overeenkomstig dat artikel anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van telkens tien maanden, maar hoe dan ook niet tot na 30 september 2021.
2. Niettegenstaande artikel 7, lid 7, van Richtlijn 2005/65/EG en bijlage III bij die richtlijn, worden de termijnen van 18 maanden voor het voltooien van de opleidingsoefeningen die overeenkomstig die bijlage anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van telkens tien maanden, doch hoe dan ook niet tot na 30 september 2021.
3. Als een lidstaat van oordeel is dat het verrichten van evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen of havenveiligheidsplannen of het verrichten van opleidingsoefeningen waarschijnlijk tot na 30 juni 2021 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan hij een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1 en 2 genoemde perioden en uiterste termijnen, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, op de uiterste termijnen of op de perioden van tien maanden vermeld in respectievelijk lid 1 en lid 2, of een combinatie daarvan. Verzoeken moeten uiterlijk 31 mei 2021 bij de Commissie worden ingediend.
4. Als de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 3 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan en dat de gevraagde verlenging geen onevenredige risico’s inhoudt voor de veiligheid en de beveiliging van het vervoer, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de respectievelijk in de leden 1 en 2 genoemde perioden en uiterste termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling de periode waarin evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen of havenveiligheidsplannen of het voltooien van opleidingen naar verwachting onmogelijk zullen blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.
De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
5. Als een lidstaat geen moeilijkheden heeft ondervonden en naar verwachting geen moeilijkheden zal ondervinden die het verrichten van evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen of havenveiligheidsplannen of het verrichten van opleidingsoefeningen tijdens de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 onmogelijk maken als gevolg van de door het voortduren van de COVID-19-crisis veroorzaakte buitengewone omstandigheden, of passende nationale maatregelen heeft genomen om dergelijke moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten de leden 1 en 2 niet toe te passen. De lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 3 maart 2021 in kennis van zijn besluit. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.