Art. 28 Verordening (EU) 2019/1111, Tenuitvoerlegging van beslissingen waarmee de terugkeer van een kind wordt gelast
1. Een voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit waarbij een verzoek wordt ingediend tot tenuitvoerlegging van een beslissing waarmee de terugkeer van een kind naar een andere lidstaat wordt gelast, verwerkt dit verzoek met bekwame spoed.
2. Indien een beslissing zoals bedoeld in lid 1 niet ten uitvoer is gelegd binnen zes weken na de datum waarop de tenuitvoerleggingsprocedure werd opgestart, heeft de om tenuitvoerlegging verzoekende partij of de centrale autoriteit van de lidstaat van tenuitvoerlegging het recht om van de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit een motivering van de redenen voor de vertraging te eisen.