Art. 32 Verordening (EU) 2019/1111, Ontbrekende stukken
1. Worden de in artikel 31, lid 1, vermelde documenten niet overgelegd, dan kan het gerecht of de bevoegde autoriteit voor de overlegging een termijn bepalen of gelijkwaardige documenten aanvaarden, dan wel, indien het gerecht of de autoriteit zich voldoende voorgelicht acht, van de overlegging vrijstelling verlenen.
2. Indien het gerecht of de bevoegde autoriteit dit verlangt, wordt overeenkomstig artikel 91 een vertaling of transliteratie van die gelijkwaardige documenten overlegd.