Art. 4 Verordening (EU) 2019/942, Taken van ACER in verband met de samenwerking van transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders
1. ACER brengt de Commissie advies uit over de ontwerpstatuten, de ledenlijst en het ontwerpreglement van orde van het ENTSB voor elektriciteit overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943, van het ENTSB voor gas overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2009, en van de EU DSB-entiteit overeenkomstig artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) 2019/943.
2. ACER oefent toezicht uit op de uitvoering van de taken van het ENTSB voor elektriciteit overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2019/943, van het ENTSB voor gas overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 715/2009, en van de EU DSB-entiteit als bedoeld in artikel 55 van Verordening (EU) 2019/943.
3. ACER kan advies uitbrengen aan:
a) het ENTSB voor elektriciteit overeenkomstig artikel 30, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2019/943 en aan het ENTSB voor gas overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2009, over de netcodes;
b) het ENTSB voor elektriciteit overeenkomstig artikel 32, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/943, en aan het ENTSB voor gas overeenkomstig artikel 9, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 715/2009, over de ontwerpversie van het jaarlijkse werkprogramma, het ontwerp van netontwikkelingsplan dat de gehele Unie dekt, en andere relevante documenten als genoemd in artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2019/943 en artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009, daarbij rekening houdend met de doelstellingen van non-discriminatie, effectieve mededinging en de efficiënte en zekere werking van de interne markten voor elektriciteit en aardgas;
c) de EU DSB-entiteit over de ontwerpversie van het jaarlijkse werkprogramma en andere relevante documenten die worden genoemd in artikel 55, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943, daarbij rekening houdend met de doelstellingen van non-discriminatie, effectieve mededinging en de efficiënte en zekere werking van de interne markten voor elektriciteit en aardgas.
4. ACER keurt, in voorkomend geval na verzoek om aanpassing van de door transmissiesysteembeheerders ingediende ontwerpen, de methoden goed voor het gebruik van congestie-inkomsten overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2019/943.
5. ACER geeft een naar behoren met redenen omkleed advies, op feitelijke gronden, alsmede aanbevelingen aan het ENTSB voor elektriciteit, het ENTSB voor gas, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie als het van oordeel is dat de ontwerpversie van het jaarlijkse werkprogramma of de ontwerpversie van het netontwikkelingsplan dat de gehele Unie dekt, die overeenkomstig artikel 32, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/943 en artikel 9, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 715/2009 bij hem is ingediend, niet bijdraagt tot de afwezigheid van discriminatie, de daadwerkelijke mededinging en de efficiënte werking van de markt of een voldoende niveau van voor derde partijen toegankelijke grensoverschrijdende interconnectie, of niet voldoet aan de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) 2019/943 en Richtlijn (EU) 2019/944 of Richtlijn 2009/73/EG en Verordening (EG) nr. 715/2009.
6. De relevante regulerende instanties plegen overleg om gezamenlijk te bepalen of de EU DSB-entiteit, het ENTSB voor elektriciteit en de regionale coördinatiecentra tekortschieten in hun Unierechtelijke verplichtingen, en zij nemen passende maatregelen overeenkomstig artikel 59, lid 1, onder c), en artikel 62, lid 1, onder f), van Richtlijn (EU) 2019/944.
ACER geeft op verzoek van een of meer regulerende instanties of op eigen initiatief een met redenen omkleed advies en een aanbeveling aan het ENTSB voor elektriciteit, de EU DSB-entiteit of de regionale coördinatiecentra over de naleving van hun verplichtingen.
7. Indien uit een met redenen omkleed advies van ACER blijkt dat het ENTSB voor elektriciteit, de EU DSB-entiteit of een regionaal coördinatiecentrum mogelijkerwijs tekortschiet in zijn respectieve verplichtingen, nemen de betrokken regulerende instanties met eenparigheid van stemmen gecoördineerde besluiten waarin zij vaststellen of is tekortgeschoten in de relevante verplichtingen en, in voorkomend geval, welke maatregelen het ENTSB voor elektriciteit, de EU DSB-entiteit of het regionaal coördinatiecentrum dient te nemen om die niet-nakoming te verhelpen. Indien de regulerende instanties binnen vier maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het met redenen omkleed advies van ACER geen dergelijk gecoördineerd besluit aannemen met eenparigheid van stemmen, wordt de zaak overeenkomstig artikel 6, lid 10, voorgelegd aan ACER.
8. Indien het ENTSB voor elektriciteit, de EU DSB-entiteit of een regionaal coördinatiecentrum een overeenkomstig lid 6 of lid 7 van dit artikel vastgestelde niet-nakoming van hun verplichtingen niet binnen drie maanden hebben verholpen, of indien de bevoegde regulerende instantie in de lidstaat waar de entiteit gevestigd is, geen maatregelen heeft genomen om de naleving te waarborgen, richt ACER aan de regulerende instantie een aanbeveling om overeenkomstig artikel 59, lid 1, onder c), en artikel 62, lid 1, onder f), van Richtlijn (EU) 2019/944, maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het ENTSB voor elektriciteit, de EU DSB-entiteit of de regionale coördinatiecentra hun verplichtingen nakomen, en stelt het de Commissie daarvan in kennis.