Art. 2 Verordening (EU) 2019/472, Definities

Verordening (EU) 2019/472

Met het oog op de toepassing van deze verordening gelden naast de definities in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (16) en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad (17), de volgende definities:

1. „westelijke wateren”: de noordwestelijke wateren (de ICES-deelgebieden 5 (met uitzondering van sector 5a en uitsluitend de Uniewateren van sector 5b), 6 en 7) en de zuidwestelijke wateren (de ICES-deelgebieden 8, 9 en 10 (wateren rond de Azoren) en de Cecaf-sectoren 34.1.1, 34.1.2 en 34.2.0 (wateren rond Madeira en de Canarische Eilanden));

2. „FMDO-bandbreedte”: een bandbreedte van waarden zoals opgenomen in het beste beschikbare wetenschappelijke advies, met name van de ICES of van een soortgelijke onafhankelijke wetenschappelijke instantie die is erkend op het niveau van de Unie of op internationaal niveau, waarbinnen alle niveaus van visserijsterfte een maximale duurzame opbrengst (MDO) op lange termijn opleveren bij een bepaald visserijpatroon en bij de actuele gemiddelde milieuomstandigheden, zonder beduidende nadelige gevolgen te hebben voor het reproductieproces voor het betrokken bestand. De bandbreedte is zo bepaald dat bij de toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5 % lager is dan de MDO. De bandbreedte is geplafonneerd, zodat de waarschijnlijkheid dat het bestand onder het grensreferentiepunt voor paaibiomassa (Blim) belandt, niet meer dan 5 % bedraagt;

3. „MDO Flower”: de laagste waarde binnen de FMDO-bandbreedte;

4. „MDO Fupper”: de hoogste waarde binnen de FMDO-bandbreedte;

5. „FMDO-puntwaarde”: de waarde van de geraamde visserijsterfte die bij een bepaald visserijpatroon en onder de actuele gemiddelde milieuomstandigheden de MDO op lange termijn oplevert;

6. „lagere FMDO-bandbreedte”: een bandbreedte die de waarden van MDO Flower tot de FMDO-puntwaarde omvat;

7. „hogere FMDO-bandbreedte”: een bandbreedte tussen de FMDO-puntwaarde en MDO Fupper;

8. „Blim”: het referentiepunt voor de paaibiomassa van een bestand, als weergegeven in het beste beschikbare wetenschappelijke advies, met name van de ICES of van een soortgelijke onafhankelijke wetenschappelijke instantie die is erkend op het niveau van de Unie of op internationaal niveau, waaronder er sprake kan zijn van verminderde reproductiecapaciteit;

9. „MDO Btrigger”: het referentiepunt voor paaibiomassa, of voor abundantie in het geval van langoustines, als weergegeven in het beste beschikbare wetenschappelijke advies, met name van de ICES of van een soortgelijke onafhankelijke wetenschappelijke instantie die is erkend op het niveau van de Unie of op internationaal niveau, waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn de MDO kan opleveren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen