Art. 16 Verordening (EU) 2019/472, Regionale samenwerking

Verordening (EU) 2019/472

1. Artikel 18, leden 1 tot en met 6, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is van toepassing op de in de artikelen 9 en 13 en artikel 14, lid 2, van de onderhavige verordening genoemde maatregelen.

2. Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel kunnen lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer in de noordwestelijke wateren gemeenschappelijke aanbevelingen indienen voor de noordwestelijke wateren en kunnen lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer in de zuidwestelijke wateren gemeenschappelijke aanbevelingen indienen voor de zuidwestelijke wateren. Bovengenoemde lidstaten kunnen ook samen met betrekking tot al deze wateren gezamenlijke aanbevelingen indienen. Die aanbevelingen worden ingediend overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, voor de eerste keer niet later dan 27 maart 2020 en vervolgens twaalf maanden na elke indiening van een evaluatie van het plan overeenkomstig artikel 17 van de onderhavige verordening. De betrokken lidstaten kunnen dergelijke aanbevelingen ook indienen wanneer dat noodzakelijk is, met name wanneer de toestand van een van de bestanden waarop deze verordening van toepassing is, verandert of om het hoofd te bieden aan noodsituaties die in het meest recente wetenschappelijke advies zijn vastgesteld. Gemeenschappelijke aanbevelingen inzake maatregelen betreffende een bepaald kalenderjaar worden uiterlijk op 1 juli van het voorgaande jaar ingediend.

3. De bij de artikelen 9 en 13 en artikel 14, lid 2, van deze verordening toegekende bevoegdheden laten de bevoegdheden die krachtens andere bepalingen van het Unierecht, onder andere bij Verordening (EU) nr. 1380/2013, aan de Commissie zijn verleend, onverlet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen