Art. 11 Verordening (EU) 2019/472, Recreatievisserij
1. Wanneer uit wetenschappelijk advies blijkt dat de recreatievisserij een aanzienlijk effect heeft op de visserijsterfte voor een in artikel 1, lid 1, opgenomen bestand, kan de Raad niet-discriminerende beperkingen vaststellen voor recreatievissers.
2. Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde beperkingen baseert de Raad zich op transparante, objectieve criteria, onder andere criteria van ecologische, sociale en economische aard. De criteria die worden gehanteerd, kunnen onder meer betrekking hebben op de impact van recreatievisserij op het milieu, het maatschappelijke belang van die activiteit en de bijdrage ervan aan de economie in de kustgebieden.
3. In voorkomend geval nemen de lidstaten de nodige proportionele maatregelen voor het monitoren en verzamelen van gegevens voor een betrouwbare schatting van de werkelijke niveaus van recreatieve vangsten.