Art. 2 Richtlijn (EU) 2019/520, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. „toldienst”: een dienst die gebruikers in staat stelt gebruik te maken van een voertuig in een of meer EETS-gebieden onder één overeenkomst en indien nodig met één soort boordapparatuur, met inbegrip van:
a) indien nodig, het verstrekken van op maat gemaakte boordapparatuur aan de gebruikers en het onderhouden van de functionaliteit ervan;
b) het waarborgen dat de door de gebruiker verschuldigde tol wordt betaald aan de tolheffer;
c) het beschikbaar stellen aan de gebruiker van betaalmethoden of het accepteren van een bestaande methode;
d) het innen van tolgelden bij de gebruiker;
e) het beheren van de klantenrelatie met de gebruiker, en
f) het uitvoeren en naleven van het beveiligings- en privacybeleid voor de tolheffingssystemen voor het wegverkeer;
2. „toldienstaanbieder”: een juridische entiteit die toldiensten verleent aan klanten in een of meer EETS-gebieden voor een of meer voertuigcategorieën;
3. „tolheffer”: een publieke of private entiteit die tolgelden heft op het gebruik van voertuigen in een EETS-gebied;
4. „aangewezen tolheffer”: een publieke of private entiteit die is benoemd als de tolheffer in een toekomstig EETS-gebied;
5. „Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS)”: de toldienst die door een EETS-aanbieder in het kader van een overeenkomst aan een EETS-gebruiker wordt verleend in een of meer EETS-gebieden;
6. „EETS-aanbieder”: een entiteit die, onder een afzonderlijke overeenkomst, een EETS-gebruiker toegang verleent tot de EETS, de tolgelden overmaakt aan de betrokken tolheffer, en die in zijn lidstaat van vestiging is geregistreerd;
7. „EETS-gebruiker”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een contract heeft met een EETS-aanbieder om toegang te krijgen tot EETS;
8. „EETS-gebied”: een weg, een wegennet, een kunstwerk, zoals een brug of een tunnel, of een veerpont, waarvoor tolgeld wordt geïnd met gebruikmaking van een elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer;
9. „EETS-conform systeem”: een reeks elementen van een elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer die specifiek noodzakelijk is voor de integratie van EETS-aanbieders in het systeem en voor het functioneren van EETS;
10. „elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer”: een tolheffingssysteem waarbij de verplichting voor de gebruiker om tolgeld te betalen uitsluitend ontstaat door en gekoppeld is aan de automatische detectie van de aanwezigheid van het voertuig op een bepaalde locatie door middel van communicatie op afstand met boordapparatuur in het voertuig of automatische nummerplaatherkenning;
11. „boordapparatuur”: alle aan boord van een voertuig geïnstalleerde of meegenomen hardware- en softwarecomponenten die worden gebruikt als onderdeel van de toldienst, teneinde gegevens te verzamelen, op te slaan, te verwerken en vanop afstand te ontvangen/verzenden, als een afzonderlijk toestel of geïntegreerd in het voertuig;
12. „hoofddienstaanbieder”: een toldienstaanbieder met specifieke verplichtingen, zoals de verplichting om overeenkomsten te sluiten met alle belanghebbende gebruikers, of met specifieke rechten, zoals een specifieke vergoeding of een gegarandeerde langetermijnovereenkomst, die verschillen van de rechten en plichten van andere aanbieders van diensten;
13. „interoperabiliteitsonderdeel”: een basiscomponent, groep componenten, deel van een samenstel of volledig samenstel van apparatuur die deel uitmaken of bestemd zijn om deel uit te maken van de EETS en waarvan de interoperabiliteit van deze dienst direct of indirect afhankelijk is, met inbegrip van zowel materiële als immateriële zaken zoals software;
14. „geschiktheid voor gebruik”: het vermogen van een interoperabiliteitsonderdeel om een specifieke prestatie te verrichten en te blijven verrichten zolang het in gebruik is, waarbij een representatieve integratie in de EETS met betrekking tot het systeem van een tolheffer gewaarborgd moet zijn;
15. „tolcontextgegevens”: de door de verantwoordelijke tolheffer vastgestelde informatie die noodzakelijk is om het tolgeld te bepalen dat voor een bepaald voertuig in een specifiek tolgebied moet worden betaald en om de toltransactie af te ronden;
16. „tolmelding”: een mededeling aan een tolheffer, in een vorm die is vastgesteld door de toldienstaanbieder en de tolheffer, waarmee de aanwezigheid van een voertuig in een EETS-gebied wordt bevestigd;
17. „voertuigclassificatieparameters”: de voertuiginformatie voor het berekenen van het tolgeld op basis van de tolcontextgegevens;
18. „backoffice”: het centrale elektronische systeem dat door de tolheffer, een groep van tolheffers die een interoperabiliteitshub hebben gevormd of een EETS-aanbieder wordt gebruikt om in het kader van een elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer informatie te verzamelen, te verwerken en te verzenden;
19. „ingrijpend gewijzigd systeem”: een bestaand elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer dat een verandering heeft ondergaan of ondergaat waardoor EETS-aanbieders genoodzaakt zijn wijzigingen aan te brengen in de interoperabiliteitsonderdelen die zij gebruiken, zoals het herprogrammeren of het aanpassen van de interfaces van hun backoffice, en wel in die mate dat heraccreditatie nodig is;
20. „accreditatie”: de door de tolheffer opgezette en beheerde procedure die een EETS-aanbieder moet doorlopen alvorens in een EETS-gebied EETS te mogen aanbieden;
21. „tolgeld” of „wegentol”: de vergoeding die door de weggebruiker moet worden betaald om zich te mogen verplaatsen op een weg, een wegennet, een kunstwerk, zoals een brug of een tunnel, of een veerpont;
22. „niet-betaling van wegentol”: de overtreding die bestaat uit het niet-betalen door een weggebruiker van wegentol in een lidstaat, zoals gedefinieerd in de desbetreffende nationale voorschriften van die lidstaat;
23. „lidstaat van inschrijving”: de lidstaat waarin het voertuig waarvoor wegentol verschuldigd is, is ingeschreven;
24. „nationaal contactpunt”: een bevoegde autoriteit van een lidstaat die is aangewezen voor de grensoverschrijdende uitwisseling van voertuigregistratiegegevens;
25. „geautomatiseerde zoekopdracht”: een online-toegangsprocedure voor het raadplegen van de databanken van één, meerdere of alle lidstaten;
26. „voertuig”: een motorvoertuig, of een samenstel van voertuigen, dat is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer over de weg van passagiers of goederen;
27. „houder van het voertuig”: de persoon op wiens naam het voertuig is ingeschreven, zoals gedefinieerd in het recht van de lidstaat van inschrijving;
28. „zwaar voertuig”: een voertuig met een maximaal toegestane massa van meer dan 3,5 ton;
29. „licht voertuig”: een voertuig met een maximaal toegestane massa van niet meer dan 3,5 ton.