Art. 1 Richtlijn (EU) 2019/520, Onderwerp en werkingssfeer

Richtlijn (EU) 2019/520

1. Deze richtlijn legt de voorwaarden vast die noodzakelijk zijn voor de volgende doelstellingen:

a) de interoperabiliteit tussen elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer waarborgen op het gehele wegennet van de Unie, van snelwegen binnen en tussen steden, hoofdwegen en secundaire wegen tot kunstwerken, zoals tunnels of bruggen, en veerponten, en

b) de grensoverschrijdende uitwisseling van voertuigregistratiegegevens met betrekking tot voertuigen en de eigenaren of houders van voertuigen waarvoor in de Unie geen wegentol is betaald, faciliteren.

Om het subsidiariteitsbeginsel te eerbiedigen, laat deze richtlijn de beslissingen van lidstaten om wegentol op te leggen aan bepaalde voertuigtypes en om het niveau van die heffingen en het doel waarvoor die tol wordt opgelegd te bepalen, onverlet.

2. De artikelen 3 tot en met 22 zijn niet van toepassing op:

a) tolheffingssystemen die niet elektronisch in de zin van artikel 2, punt 10, zijn, en

b) kleine, strikt lokale tolheffingssystemen voor het wegverkeer waarvoor de kosten van de aanpassing aan de vereisten van de artikelen 3 tot en met 22 niet in verhouding zouden staan tot de opbrengst;

3. Deze richtlijn is niet van toepassing op parkeergelden.

4. De doelstelling van interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Unie wordt verwezenlijkt via een Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS), die een aanvulling vormt op de nationale elektronische tolheffingsdiensten van de lidstaten.

5. Wanneer het nationale recht vereist dat de gebruiker een kennisgeving ontvangt over de verplichting om wegentol te betalen vooraleer een geval van niet-betaling kan worden vastgesteld, mogen de lidstaten deze richtlijn toepassen ten behoeve van kennisgeving om de eigenaar of houder van het voertuig en het voertuig zelf te identificeren, mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) er zijn geen andere middelen om de eigenaar of houder van het voertuig te identificeren, en

b) de kennisgeving aan de eigenaar of houder van het voertuig van de verplichting om te betalen is een verplichte stap in de wegentolbetalingsprocedure naar nationaal recht.

6. Indien een lidstaat lid 5 toepast, neemt hij de nodige maatregelen opdat eventuele afhandelingsprocedures in verband met de verplichting wegentol te betalen door overheidsinstanties worden gevolgd. Verwijzingen naar gevallen van niet-betaling van wegentol in deze richtlijn omvatten ook onder lid 5 vallende gevallen indien de lidstaat waar de niet-betaling plaatsvindt voornoemd lid toepast.

Volgende artikelen