Art. 6 Verordening (EU) 2018/1860, Hits aan de buitengrens bij uitreis — Terugkeerbevestiging
1. Bij een hit naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer betreffende een onderdaan van een derde land die via de buitengrenzen van een lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat, verstrekt de uitvoerende lidstaat via de uitwisseling van aanvullende informatie de volgende informatie aan de signalerende lidstaat:
a) dat de onderdaan van een derde land is geïdentificeerd;
b) de plaats en het tijdstip van de controle;
c) dat de onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten;
d) dat, in voorkomend geval, de onderdaan van een derde land moest worden verwijderd.
Indien een inzake terugkeer gesignaleerde onderdaan van een derde land het grondgebied van de lidstaten verlaat via de buitengrens van de signalerende lidstaat, wordt de terugkeerbevestiging aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat toegezonden overeenkomstig de nationale procedures.
2. De signalerende lidstaat wist de signalering inzake terugkeer onverwijld na ontvangst van de terugkeerbevestiging. Indien van toepassing wordt onverwijld een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd, overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2018/1861.
3. De lidstaten voorzien het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), per kwartaal van statistieken over het aantal bevestigde gevallen van terugkeer en over het aantal van deze bevestigde gevallen van terugkeer waarbij de onderdaan van een derde land moest worden verwijderd. eu-LISA bundelt de kwartaalstatistieken in het in artikel 16 van deze verordening bedoelde statistisch jaarverslag. De statistieken bevatten geen persoonsgegevens.