Art. 11 Verordening (EU) 2018/1860, Raadpleging na invoering van een signalering inzake terugkeer
Indien blijkt dat een lidstaat een signalering inzake terugkeer heeft ingevoerd ten aanzien van een onderdaan van een derde land die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor verblijf van langere duur, kan de signalerende lidstaat besluiten het terugkeerbesluit in te trekken. Bij een dergelijke intrekking wist hij onverwijld de signalering inzake terugkeer. Indien de signalerende lidstaat evenwel besluit het overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2008/115/EG uitgevaardigde terugkeerbesluit te handhaven, raadplegen de betrokken lidstaten elkaar door aanvullende informatie uit te wisselen, volgens de onderstaande regels:
a) de signalerende lidstaat informeert de verlenende lidstaat over het terugkeerbesluit;
b) de uit hoofde van punt a) uitgewisselde informatie omvat voldoende details over de redenen van de signalering inzake terugkeer;
c) op basis van de door de signalerende lidstaat verstrekte informatie overweegt de verlenende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur in te trekken;
d) bij het nemen van het betrokken besluit houdt de verlenende lidstaat rekening met de redenen van het besluit van de signalerende lidstaat en neemt hij, overeenkomstig het nationaal recht, elk gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid dat de aanwezigheid van de betrokken onderdaan van een derde land op het grondgebied van een lidstaat kan vormen, in overweging;
e) binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging stelt de verlenende lidstaat de lidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen in kennis van zijn besluit, of, indien het voor de verlenende lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek de termijn van zijn antwoord bij uitzondering met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
f) indien de verlenende lidstaat de signalerende lidstaat ervan in kennis stelt dat hij de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur handhaaft, wist de signalerende staat onmiddellijk de signalering inzake terugkeer.