Art. 16, Gevolgen van de toezending van confiscatiebevelen

1. Het toezenden van een confiscatiebevel overeenkomstig de artikelen 14 en 15 doet geen afbreuk aan het recht van de uitvaardigende staat om het bevel ten uitvoer te leggen.

2. De totale opbrengst van de tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel dat betrekking heeft op een geldsom mag niet meer bedragen dan het in dat bevel bepaalde maximumbedrag, ongeacht of dat bevel aan één of meer uitvoerende staten werd toegezonden.

3. De uitvaardigende autoriteit stelt de uitvoerende autoriteit onmiddellijk in kennis, op zodanige wijze dat de kennisgeving schriftelijk kan worden vastgelegd indien:

a) zij van mening is dat het risico bestaat dat het maximumbedrag bij de confiscatie wordt overschreden, met name op basis van informatie waarvan zij door de uitvoerende autoriteit in kennis is gesteld op grond van artikel 21, lid 1, onder b);

b) het confiscatiebevel geheel of ten dele ten uitvoer is gelegd in de uitvaardigende staat of in een daarvan verschillende uitvoerende staat, met vermelding in dat geval van het bedrag waarvoor het confiscatiebevel nog niet ten uitvoer is gelegd; of

c) na de toezending van een confiscatiecertificaat overeenkomstig artikel 14 een autoriteit van de uitvaardigende staat een geldsom ontvangt die vrijwillig werd betaald in het kader van het confiscatiebevel.

Als punt a) van de eerste alinea van toepassing is, stelt de uitvaardigende autoriteit de uitvoerende autoriteit zo snel mogelijk in kennis wanneer het in dat punt bedoelde risico niet meer bestaat.

Uitspraken die dit artikel aanhalen