Art. 12 Verordening (EU) 2018/1805, Duur van bevriezingsbevelen

Verordening (EU) 2018/1805

1. Het voorwerp waarop het bevriezingsbevel betrekking heeft, blijft bevroren in de uitvoerende staat totdat de bevoegde autoriteit van die staat definitief aan het overeenkomstig artikel 14 toegezonden confiscatiebevel heeft voldaan of totdat de uitvaardigende autoriteit de uitvoerende autoriteit in kennis heeft gesteld van een beslissing of maatregel die het bevel niet uitvoerbaar maakt of waardoor het bevel wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 27, lid 1.

2. De uitvoerende autoriteit kan, rekening houdend met de omstandigheden, de uitvaardigende autoriteit een met redenen omkleed verzoek doen om de duur van de bevriezing van de voorwerpen te beperken. Dergelijk verzoek, inclusief alle relevante ondersteunende informatie, wordt toegezonden op zodanige wijze dat het verzoek schriftelijk kan worden vastgelegd en de uitvaardigende autoriteit de echtheid ervan kan vaststellen. Bij de behandeling van een dergelijk verzoek houdt de uitvaardigende autoriteit rekening met alle belangen, inclusief die van de uitvoerende autoriteit. De uitvaardigende autoriteit antwoordt zo spoedig mogelijk op het verzoek. Als de uitvaardigende autoriteit niet met de beperking instemt, stelt zij de uitvoerende autoriteit in kennis van haar redenen daarvoor. In dat geval wordt de bevriezing van het voorwerp gehandhaafd overeenkomstig lid 1. Als de uitvaardigende autoriteit binnen zes weken na ontvangst van het verzoek daarop niet antwoordt, is de uitvoerende autoriteit niet langer verplicht het bevriezingsbevel ten uitvoer te leggen.