Art. 33 Verordening (EU) 2018/1046, Prestaties en beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid

Verordening (EU) 2018/1046

1. Kredieten worden gebruikt overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en worden bijgevolg besteed met inachtneming van de volgende beginselen:

a) zuinigheid: de door de betrokken instelling van de Unie voor haar activiteiten ingezette middelen worden tijdig, in passende hoeveelheid en kwaliteit en tegen de best mogelijke prijs beschikbaar gesteld;

b) efficiëntie: de beste verhouding tussen de ingezette middelen, de uitgevoerde activiteiten en de verkregen resultaten;

c) doeltreffendheid: de mate waarin de nagestreefde doelstellingen door de activiteiten worden verwezenlijkt.

2. In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer staan bij de besteding van kredieten prestaties centraal en daartoe:

a) worden doelstellingen van programma’s en activiteiten vooraf vastgesteld;

b) wordt de voortgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen gemonitord aan de hand van prestatie-indicatoren;

c) worden de voortgang bij en problemen met de verwezenlijking van doelstellingen gerapporteerd aan het Europees Parlement en aan de Raad overeenkomstig artikel 41, lid 3, eerste alinea, onder h), en artikel 247, lid 1, onder e).

3. In voorkomend geval worden specifieke, meetbare, haalbare, relevante en tijdgebonden doelstellingen als bedoeld in de leden 1 en 2 en relevante, aanvaarde, geloofwaardige, eenvoudige en robuuste indicatoren bepaald.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen