Art. 28 Verordening (EU) 2018/1046, Algemene bepalingen

Verordening (EU) 2018/1046

1. De kredieten worden gespecificeerd per titel en hoofdstuk. De hoofdstukken worden onderverdeeld in artikelen en posten.

2. Onder de in de artikelen 29 tot en met 32 vastgelegde specifieke voorwaarden kunnen de Commissie en de andere instellingen van de Unie binnen de begroting kredieten overschrijven.

Slechts begrotingsonderdelen waarvoor in de begroting een krediet is toegestaan of die de vermelding „pro memorie” (p.m.) dragen, kunnen door middel van overschrijvingen van kredieten worden voorzien.

De in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde limieten worden berekend op het tijdstip van het verzoek om overschrijving en op de grondslag van de in de begroting, met inbegrip van de gewijzigde begrotingen, opgenomen kredieten.

Het in aanmerking te nemen bedrag voor de berekening van de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde limieten is de som van de overschrijvingen van het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven, na correctie voor eerder verrichte overschrijvingen. Het bedrag van de overschrijvingen die autonoom, zonder besluit van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie of een andere betrokken instelling van de Unie worden verricht, wordt niet in aanmerking genomen.

Voorstellen voor kredietoverschrijvingen en alle voor het Europees Parlement en de Raad bestemde informatie met betrekking tot de overeenkomstig de artikelen 29, 30 en 31 uitgevoerde overschrijvingen gaan vergezeld van passende en gedetailleerde bewijsstukken met de meest recente informatie waaruit de besteding van de kredieten en de verwachte behoeften tot het einde van het begrotingsjaar blijken, zowel voor de begrotingsonderdelen waarnaar de kredieten worden overgeschreven als die waarvan deze worden overgeschreven.

Vorige artikelen

Volgende artikelen