Art. 272 Verordening (EU) 2018/1046, Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013
Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:
1. in overweging 10 wordt de tweede zin vervangen door:
„Dankzij deze voorwaarden moet de Commissie zekerheid kunnen krijgen dat de lidstaten de ESI-fondsen aanwenden op legale en regelmatige wijze en in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer in de zin van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (*1) (het „Financieel Reglement”).
(*1) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).”;"
2. artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a) punt 10) wordt vervangen door:
„10. „begunstigde”: een publiek- of privaatrechtelijke instantie, of een natuurlijke persoon, die belast is met het opzetten, of met het opzetten en uitvoeren, van concrete acties, en:
a) in de context van staatssteun de instantie die de steun ontvangt, behalve wanneer de steun per onderneming minder dan 200 000 EUR bedraagt; in dat geval kan de betrokken lidstaat besluiten dat de steunverlenende instantie de begunstigde is, onverminderd Verordeningen (EU) nr. 1407/2013 (*2) en (EU) nr. 1408/2013 (*3) en (EU) nr. 717/2014 (*4) van de Commissie, en
b) in de context van financieringsinstrumenten uit hoofde van deel 2, titel IV van deze verordening, de instantie die het financieringsinstrument, of, voor zover dat geschikt is, het fonds van fondsen, ten uitvoer legt;
(*2) Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 1)."
(*3) Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 24 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimissteun in de landbouwsector (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 9)."
(*4) Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45).”;"
b) punt 31) wordt vervangen door:
„31. „macroregionale strategie”: een door de Raad overeengekomen integraal kader, in voorkomend geval bekrachtigd door de Europese Raad, dat door onder meer de ESI-fondsen kan worden gesteund met het oog op het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen waarmee een afgebakend geografisch gebied wordt geconfronteerd, met betrekking tot in datzelfde geografisch gebied gelegen lidstaten en derde landen die aldus voordeel halen uit nauwere samenwerking welke tot verwezenlijking van economische, sociale en territoriale samenhang bijdraagt;”;
3. artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 7 wordt de verwijzing naar „artikel 59 van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63 van het Financieel Reglement”;
b) lid 8 wordt vervangen door:
„8. De Commissie en de lidstaten nemen overeenkomstig artikel 33, artikel 36, lid 1, en artikel 61 van het Financieel Reglement het beginsel van goed financieel beheer in acht.”;
4. aan artikel 9 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„De in de fondsspecifieke regels voor elk van de ESI-fondsen vastgestelde prioriteiten omvatten met name het passend gebruik van elk ESI-fonds op het gebied van asiel en migratie. In die context wordt, waar passend, gezorgd voor coördinatie met het Fonds voor asiel, migratie en integratie dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad (*5).
(*5) Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).”;"
5. in artikel 16 wordt het volgende lid ingevoegd:
„4 bis. Indien van toepassing dient de lidstaat ieder jaar uiterlijk op 31 januari een gewijzigde partnerschapsovereenkomst in, wanneer de Commissie in de loop van het voorgaande kalenderjaar wijzigingen aan een of meer programma’s heeft goedgekeurd.
De Commissie stelt jaarlijks uiterlijk op 31 maart een besluit vast waarin wordt bevestigd dat de wijzigingen van de partnerschapsovereenkomst in overeenstemming zijn met door de Commissie tijdens het voorgaande kalenderjaar goedgekeurde programmawijziging(en).
Dat besluit kan ook voorzien in de wijziging van andere elementen van de partnerschapsovereenkomst overeenkomstig een in lid 4 bedoelde voorstel, op voorwaarde dat dit voorstel uiterlijk op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar bij de Commissie is ingediend.”;
6. artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:
„Wanneer de wijziging van een programma gevolgen heeft voor de in de partnerschapsovereenkomst verstrekte informatie, is de procedure van artikel 16, lid 4 bis, van toepassing.”;
b) in lid 3 wordt de derde zin geschrapt;
7. in artikel 32 wordt lid 4 vervangen door:
„4. Indien het bij artikel 33, lid 3, opgerichte selectiecomité voor strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling bepaalt dat voor de uitvoering van de geselecteerde strategie voor lokale ontwikkeling steun uit meer dan één fonds vereist is, kan het conform de nationale regels en procedures een hoofdfonds aanwijzen ter financiering van alle voorbereidende, lopende en dynamiseringskosten uit hoofde van artikel 35, lid 1, punten a), d) en e), voor de strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.”;
8. in artikel 34 wordt lid 3 als volgt gewijzigd:
a) de punten a), b), c) en d) worden vervangen door:
„a) de opbouw van capaciteit van plaatselijke actoren, met inbegrip van potentiële begunstigden, om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren met inbegrip van het bevorderen van hun vermogen om hun projecten voor te bereiden en te beheren;
b) de opstelling van een niet-discriminerende en transparante selectieprocedure die ervoor zorgt dat belangenconflicten worden vermeden, dat bij selectiebeslissingen ten minste 50 % van de stemmen afkomstig is van partners die geen overheidsinstanties zijn en die een selectie volgens schriftelijke procedure mogelijk maakt;
c) de opstelling en goedkeuring van niet-discriminerende objectieve criteria voor de selectie van concrete acties die de samenhang met de strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling waarborgen door de prioriteit van die acties te bepalen op basis van hun bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen en streefdoelen van die strategie;
d) de opstelling en publicatie van oproepen tot het indienen van voorstellen of een permanente procedure voor de indiening van projecten;”;
b) de volgende alinea wordt toegevoegd:
„Wanneer plaatselijke actiegroepen onder de verantwoordelijkheid van de management- of certificeringsautoriteit of het betaalorgaan taken uitvoeren die niet onder de eerste alinea, onder a) tot en met g), vallen, worden die plaatselijke actiegroepen overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften aangewezen als intermediaire instanties.”;
9. in artikel 36 wordt lid 3 vervangen door:
„3. De lidstaat of de managementautoriteit kan bepaalde taken in verband met het beheer en de uitvoering van een geïntegreerde territoriale investering conform de fondsspecifieke voorschriften delegeren aan een of meer intermediaire instanties, waaronder lokale overheden, instanties voor regionale ontwikkeling of niet-gouvernementele organisaties.”;
10. artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 2 wordt punt c) vervangen door:
„c) een raming van aanvullende publieke en private middelen die met het financieringsinstrument kunnen worden gegenereerd, tot op het niveau van de eindontvanger (het verwachte hefboomeffect), waaronder, in voorkomend geval, een beoordeling van de behoefte aan en de mate van gedifferentieerde behandeling als bedoeld in artikel 43 bis waarmee corresponderende middelen van investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken worden aangetrokken en/of een omschrijving van de mechanismen — bijvoorbeeld procedures van concurrerende of voldoende onafhankelijke beoordeling — waarmee zal worden bepaald welke gedifferentieerde behandeling er nodig is, en in welke mate;”;
b) in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:
„3. De in lid 2 van dit artikel bedoelde ex-antebeoordeling kan gefaseerd worden uitgevoerd en daarbij kan rekening worden gehouden met de in artikel 209, lid 2, eerste en tweede alinea, onder h), van het Financieel Reglement bedoelde evaluatie vooraf. Zij wordt in ieder geval voltooid voordat de managementautoriteit besluit een financieringsinstrument te voorzien van programmabijdragen.”;
c) lid 8 wordt vervangen door:
„8. Eindontvangers van een financieringsinstrument van een ESI-fonds komen tevens in aanmerking voor steun van een prioriteit of programma van een ander ESI-fonds of van een ander instrument dat gedragen wordt door de begroting van de Unie, waaronder het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) ingesteld bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad (*6), in voorkomend geval in overeenstemming met de staatssteunregels van de Unie. In dit geval wordt voor elke bron van steun een aparte administratie bijgehouden en de steun van de ESI-fondsen dient onderdeel uit te maken van een concrete actie met subsidiabele uitgaven die losstaan van andere bronnen van bijstand.
(*6) Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1).”;"
11. artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 wordt het volgende punt toegevoegd:
„c) financieringsinstrumenten welke die bijdrage combineren met financiële producten van de EIB in het kader van het EFSI overeenkomstig artikel 39 bis.”;
b) lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
i) in de eerste alinea worden de punten b) en c) vervangen door:
„b) uitvoeringstaken via een onderhands gegunde overeenkomst toevertrouwen aan:
i) de EIB;
ii) een internationale financiële instelling waarvan een lidstaat aandeelhouder is;
iii) een bank of instelling in handen van de overheid, opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
— er is geen directe participatie van privékapitaal, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal die vereist zijn krachtens de nationale wet- en regelgeving, in overeenstemming met de Verdragen, en die geen beslissende invloed uitoefenen op de betrokken bank of instelling, en met uitzondering van vormen van participatie van privékapitaal die geen invloed hebben op besluiten inzake het dagelijks beheer van het door de ESI-fondsen ondersteund financieringsinstrument;
— zij opereert op grond van een overheidsmandaat, verleend door de betrokken nationale of regionale autoriteit van een lidstaat, dat onder meer betrekking heeft op het verrichten, als haar enige activiteit of als een van haar activiteiten, van economische-ontwikkelingsactiviteiten die bijdragen tot de doelstellingen van de ESI-fondsen;
— zij verricht, als haar enige activiteit of als een van haar activiteiten, economische-ontwikkelingsactiviteiten die bijdragen tot de doelstellingen van de ESI-fondsen in regio’s, op beleidsterreinen of in sectoren waarvoor op de markt doorgaans geen of niet voldoende financiering beschikbaar is;
— zij handelt niet in de eerste plaats met het oogmerk van winstmaximalisatie, maar waarborgt de financiële houdbaarheid van haar activiteiten op de lange termijn;
— zij waarborgt met passende maatregelen, overeenkomstig het toepasselijke recht, dat de rechtstreekse gunning van een in punt b) bedoelde opdracht geen directe of indirecte voordelen voor commerciële activiteiten oplevert;
— zij staat overeenkomstig het toepasselijk recht onder toezicht van een onafhankelijke autoriteit.
c) uitvoeringstaken toevertrouwen aan een andere publiek- of privaatrechtelijke instantie, of
d) rechtstreeks uitvoeringstaken verrichten voor financieringsinstrumenten die uitsluitend leningen of garanties verstrekken. In dat geval geldt de managementautoriteit als begunstigde in de zin van artikel 2, punt 10).”;
ii) de tweede alinea wordt vervangen door:
„Bij de uitvoering van het financieringsinstrument zien de instanties bedoeld in de eerste alinea van dit lid, onder a) tot en met d), erop toe dat het toepasselijke recht en de in artikel 155, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement vastgestelde vereisten worden nageleefd.”
c) de leden 5 en 6 worden vervangen door:
„5. Wanneer de in lid 4, eerste alinea, onder a), b) en c), van dit artikel bedoelde instanties fondsen van fondsen uitvoeren, mogen zij een deel van de uitvoering op hun beurt toevertrouwen aan financiële intermediairs, op voorwaarde dat zij onder hun verantwoordelijkheid waarborgen dat die financiële intermediairs voldoen aan de criteria van artikel 33, lid 1, en artikel 209, lid 2, van het Financieel Reglement. Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden.
6. De in lid 4, eerste alinea, onder b) en c), bedoelde instanties waaraan uitvoeringstaken zijn toevertrouwd, openen namens de managementautoriteit fiduciaire rekeningen op hun eigen naam, of stellen het financieringsinstrument in als afzonderlijk financieel geheel binnen de instelling. In het geval van een afzonderlijk financieel geheel wordt er in de boekhouding een onderscheid gemaakt tussen in het financieringsinstrument geïnvesteerde programmamiddelen en de overige in de instelling beschikbare middelen. De activa op fiduciaire rekeningen en de afzonderlijke financiële gehelen worden beheerd volgens het beginsel van goed financieel beheer, met inachtneming van passende prudentiële voorschriften, en hebben een passende liquiditeit.”;
d) in de eerste alinea van lid 7 wordt de inleidende zin vervangen door:
„7. In geval van uitvoering van een financieringsinstrument op grond van lid 4, eerste alinea, onder a), b) en c), worden, onverminderd de uitvoeringsstructuur van dat instrument, de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage IV vastgelegd in financieringsovereenkomsten op de volgende niveaus:”;
e) lid 8 wordt vervangen door:
„8. Met betrekking tot financieringsinstrumenten die op grond van lid 4, eerste alinea, onder d), worden uitgevoerd, worden de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage IV vastgelegd in een strategiedocument, dat door het toezichtcomité wordt besproken.”;
f) lid 10 wordt vervangen door:
„10. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen eenvormige voorwaarden vast betreffende gedetailleerde regelingen voor de overdracht en het beheer van programmabijdragen die worden beheerd door de in lid 4, eerste alinea, van dit artikel en in artikel 39a, lid 5, bedoelde instanties. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”;
12. artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 2, eerste alinea, wordt de inleidende zin vervangen door:
„2. De lidstaten mogen het EFRO en het Elfpo tijdens de in artikel 65, lid 2, van deze verordening bepaalde subsidiabiliteitsperiode gebruiken om een financiële bijdrage te verlenen aan de in artikel 38, lid 1, onder a), van deze verordening bedoelde financieringsinstrumenten die indirect door de Commissie en de EIB overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c), iii), van het Financieel Reglement en artikel 208, lid 4, van het Financieel Reglement worden uitgevoerd voor de volgende activiteiten:”;
b) in lid 4, eerste alinea:
i) wordt punt a) vervangen door:
„a) als afwijking van artikel 37, lid 2, is zij gebaseerd op een ex-antebeoordeling op het niveau van de Unie uitgevoerd door de EIB en de Commissie of, wanneer recentere gegevens beschikbaar zijn, een ex-antebeoordeling op het niveau van de Unie of op nationaal of regionaal niveau.
Op basis van de beschikbare gegevens over door banken verstrekte schuldfinanciering en mkb-bedrijven omvat de ex-antebeoordeling onder andere een analyse van de financieringsbehoeften van mkb-bedrijven op het relevante niveau, de financieringsvoorwaarden en -behoeften van mkb-bedrijven, alsmede een indicatie van het financieringstekort van mkb-bedrijven, een schets van de economische en financiële situatie van de mkb-sector op het relevante niveau, de kritische minimummassa van de gecombineerde bijdragen, een geraamde bandbreedte voor het totale leningvolume dat door deze bijdragen wordt gegenereerd en de meerwaarde;”;
ii) wordt punt b) vervangen door:
„b) zij wordt door elke deelnemende lidstaat geleverd in het kader van een afzonderlijke prioriteitsas binnen een programma in geval van een financiële bijdrage door het EFRO, of een specifiek nationaal programma voor elke financiële bijdrage door het EFRO en het Elfpo ter ondersteuning van de in artikel 9, eerste alinea, punt 3), bedoelde thematische doelstelling;”;
c) de leden 7 en 8 worden vervangen door:
„7. In afwijking van artikel 41, leden 1 en 2, wat de in lid 2 van dit artikel bedoelde financiële bijdrage betreft, wordt de door de lidstaat aan de Commissie gerichte betalingsaanvraag gebaseerd op 100 % van de bedragen die door de lidstaat moeten worden betaald aan de EIB overeenkomstig de regeling die in de in lid 4, eerste alinea, onder c), van dit artikel bedoelde financieringsovereenkomst is vastgesteld. Deze betalingsaanvragen zijn gebaseerd op de door de EIB gevraagde bedragen die nodig worden geacht ter dekking van vastleggingen voor garantieovereenkomsten of securitisatietransacties die binnen de drie volgende maanden moeten worden afgewerkt. De betalingen van de lidstaten aan de EIB worden onverwijld verricht, in elk geval vóór de EIB verplichtingen met betrekking tot de vastleggingen aangaat.
8. Bij afsluiting van een programma zijn de subsidiabele uitgaven als bedoeld in artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), het totaalbedrag van de programmabijdragen die voor het financieringsinstrument zijn betaald, dat overeenkomt:
a) voor de in lid 2, eerste alinea, onder a), van dit artikel bedoelde activiteiten, met de in artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder b), bedoelde middelen;
b) voor de in lid 2, eerste alinea, onder b), van dit artikel bedoelde activiteiten, met het bedrag van de gecombineerde nieuwe schuldfinanciering als gevolg van de securitisatietransacties, betaald aan of ten gunste van subsidiabele mkb-bedrijven binnen de in artikel 65, lid 2, bepaalde subsidiabiliteitsperiode.”;
13. het volgende artikel wordt ingevoegd:
„Artikel 39 bis
Bijdragen van ESI-fondsen aan financieringsinstrumenten welke die bijdrage combineren met financiële producten van de EIB in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen
1. Om aanvullende investeringen van de particuliere sector aan te trekken mogen de managementautoriteiten de ESI-fondsen gebruiken om een bijdrage te leveren aan de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), mits dat onder meer bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de ESI-fondsen en de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.
2. De in lid 1 bedoelde bijdrage mag in geen geval meer bedragen dan 25 % van de totale steun die aan de eindontvangers wordt verleend. In de minder ontwikkelde regio’s en overgangsregio’s als bedoeld in artikel 120, lid 3, eerste alinea, onder b), mag de financiële bijdrage in gevallen waarin dat blijkens de beoordeling als bedoeld in artikel 37, lid 2, of in lid 3 van dit artikel gerechtvaardigd is, hoger liggen dan 25 %, doch niet meer bedragen dan 40 %. De totale steun als bedoeld in dit lid omvat het totale bedrag van de aan eindontvangers verstrekte nieuwe leningen, gegarandeerde leningen en investeringen in eigen vermogen en in quasi-eigenvermogen. Met de in dit lid bedoelde gegarandeerde leningen wordt alleen rekening gehouden in de mate waarin de middelen uit de ESI-fondsen zijn vastgelegd voor garantiecontracten die zijn berekend op basis van een prudente ex-antebeoordeling van een meervoudig bedrag van nieuwe leningen.
3. Als afwijking van artikel 37, lid 2, mogen de bijdragen overeenkomstig lid 1 van dit artikel worden gebaseerd op de voorbereidende beoordeling, met inbegrip van zorgvuldig onderzoek, die de EIB heeft uitgevoerd met het oog op haar bijdrage aan het financiële product in het kader van het EFSI.
4. De verslaglegging door managementautoriteiten op grond van artikel 46 van deze verordening over verrichtingen die financieringsinstrumenten omvatten overeenkomstig dit artikel, gebeurt op basis van de informatie die door de EIB met het oog op haar verslaglegging overeenkomstig artikel 16, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2015/1017 wordt bijgehouden, aangevuld met de op grond van artikel 46, lid 2, van deze verordening vereiste aanvullende informatie. De in dit lid bepaalde vereisten laten ruimte voor eenvormige verslagleggingsvoorwaarden overeenkomstig artikel 46, lid 3, van deze verordening.
5. De managementautoriteit kan in het kader van haar bijdrage aan financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), het volgende doen:
a) het kapitaal investeren in een bestaande of een met het oog op de uitvoering van investeringen in eindontvangers nieuw opgerichte juridische entiteit overeenkomstig de doelstellingen van het ESI-fonds dat de uitvoeringstaken zal uitvoeren;
b) uitvoeringstaken toevertrouwen overeenkomstig artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder b) en c).
De instantie waaraan de in de eerste alinea, onder b), van dit lid bedoelde uitvoeringstaken zijn toevertrouwd, opent in eigen naam en namens de managementautoriteit een fiduciaire rekening of creëert binnen de instelling voor de programmabijdrage een afzonderlijk financieel geheel. In het geval van een afzonderlijk financieel geheel wordt er in de boekhouding een onderscheid gemaakt tussen in het financieringsinstrument geïnvesteerde programmamiddelen en de overige in de instelling beschikbare middelen. De activa op fiduciaire rekeningen en de afzonderlijke financiële gehelen worden beheerd volgens het beginsel van goed financieel beheer, met inachtneming van passende prudentiële voorschriften, en hebben een passende liquiditeit.
Voor de toepassing van dit artikel kan een financieringsinstrument ook de vorm aannemen of overeenkomstig artikel 2, lid 4, van Verordening (EU) 2015/1017 deel uitmaken van een investeringsplatform dat is opgericht als een special purpose vehicle of een beheerde rekening.
6. Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c), van deze verordening zien de instanties bedoeld in lid 5 van dit artikel erop toe dat het toepasselijke recht en de in artikel 155, leden 2 en 3 van het Financieel Reglement bepaalde vereisten worden nageleefd.
7. Uiterlijk op 3 november 2018 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 149 gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling van deze verordening met bijkomende specifieke voorschriften inzake de rol, de aansprakelijkheid en de verantwoordelijkheid van de instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren, de bijbehorende selectiecriteria en de producten die via financieringsinstrumenten kunnen worden geleverd overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c).
8. Wanneer de in lid 5 van dit artikel bedoelde instanties fondsen van fondsen uitvoeren, mogen zij een deel van de uitvoering op hun beurt toevertrouwen aan financiële intermediairs, op voorwaarde dat dergelijke instanties onder hun verantwoordelijkheid waarborgen dat die financiële intermediairs voldoen aan de criteria van artikel 33, lid 1, en artikel 209, lid 2, van het Financieel Reglement. Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden.
9. Indien managementautoriteiten voor het uitvoeren van financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), programmamiddelen van ESI-fondsen bijdragen aan een bestaand instrument waarvan de fondsbeheerder reeds is geselecteerd door de EIB, een internationale financiële instelling waarvan een lidstaat aandeelhouder is, of een bank of instelling in handen van de overheid die is opgericht als juridische entiteit en op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en aan de voorwaarden van artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder b), punt iii), voldoet, vertrouwen zij de uitvoeringstaken door middel van een onderhandse overeenkomst toe aan die fondsbeheerder.
10. Als afwijking van artikel 41, leden 1 en 2, worden aanvragen om tussentijdse betalingen voor bijdragen aan financieringsinstrumenten op grond van lid 9 van dit artikel gefaseerd overeenkomstig het in de financieringsovereenkomst vastgestelde betalingsschema. Het in de eerste zin van dit lid bedoelde betalingsschema stemt overeen met het voor andere investeerders in hetzelfde financieringsinstrument overeengekomen betalingsschema.
11. De voorwaarden voor bijdragen op grond van artikel 38, lid 1, onder c), worden in financieringsovereenkomsten overeenkomstig bijlage IV vastgesteld op de volgende niveaus:
a) in voorkomend geval tussen de naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de managementautoriteit en de instantie die het fonds van fondsen uitvoert;
b) tussen de naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de managementautoriteit of, in voorkomend geval, tussen de instantie die het fonds van fondsen uitvoert, en de instantie die het financieringsinstrument uitvoert.
12. Voor bijdragen overeenkomstig lid 1 van dit artikel aan investeringsplatforms die bijdragen ontvangen uit op het niveau van de Unie ingestelde instrumenten wordt de inachtneming van de regels inzake staatssteun gewaarborgd overeenkomstig artikel 209, lid 2, eerste alinea, onder c), van het Financieel Reglement.
13. Indien de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), opgezet zijn als garantie-instrument, kunnen de lidstaten beslissen dat de ESI-fondsen in voorkomend geval bijdragen aan verschillende tranches van leningportefeuilles die ook worden gedekt door de EU-garantie overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1017.
14. Voor het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV mag binnen een programma een afzonderlijke prioriteit worden vastgesteld, en voor het Elfpo een afzonderlijke soort concrete actie, met een medefinancieringspercentage tot 100 %, ter ondersteuning van concrete acties die worden uitgevoerd door middel van financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c).
15. Niettegenstaande artikel 70 en artikel 93, lid 1, kunnen bijdragen overeenkomstig lid 1 van dit artikel worden gebruikt voor nieuwe financiering met eigen of vreemd vermogen op het volledige grondgebied van de lidstaat, ongeacht de categorie waartoe de regio behoort, tenzij in de financieringsovereenkomst anders is bepaald.
16. Uiterlijk op 31 december 2019 evalueert de Commissie de tenuitvoerlegging van dit artikel en dient zij in voorkomend geval een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en de Raad.”;
14. artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:
„1. De autoriteiten die overeenkomstig artikel 124 van deze verordening en artikel 65 van de Elfpo-verordening zijn aangewezen, verrichten geen verificaties ter plaatse op het niveau van de EIB of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, voor de door hen uitgevoerde financieringsinstrumenten.
Zij verrichten echter verificaties overeenkomstig artikel 125, lid 5, van deze verordening en controles overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 op het niveau van andere instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren in het rechtsgebied van hun respectieve lidstaat.
De EIB en andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, bezorgen de aangewezen autoriteiten bij elke betalingsaanvraag een controleverslag. Zij dienen tevens jaarlijks bij de Commissie en de aangewezen autoriteiten een door hun externe controleurs opgesteld auditverslag in. Die verslagleggingsverplichtingen laten de in artikel 46, leden 1 en 2, van deze verordening bepaalde verslagleggingsverplichtingen, met inbegrip van die betreffende de prestaties van de financieringsinstrumenten, onverlet.
De Commissie wordt gemachtigd een uitvoeringshandeling vast te stellen met betrekking tot de modellen voor de controleverslagen en de jaarlijkse auditverslagen als bedoeld in de derde alinea van dit lid.
Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
2. Onverminderd artikel 127 van deze verordening en artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 verrichten de met de audit van de programma’s belaste instanties geen audits op het niveau van de EIB of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, voor de door hen uitgevoerde financieringsinstrumenten.
De instanties die met de audit van de programma’s zijn belast, voeren audits uit van de concrete acties en van de beheers- en controlesystemen op het niveau van andere instanties die de financieringsinstrumenten in hun respectieve lidstaten uitvoeren en op het niveau van de eindontvangers mits de voorwaarden van lid 3 zijn vervuld.
De Commissie kan audits uitvoeren op het niveau van de in lid 1 bedoelde instanties wanneer zij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om redelijke zekerheid te verkrijgen in het licht van de vastgestelde risico’s.
2 bis. In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel gelden met betrekking tot financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder a), en artikel 39 die zijn ingesteld op grond van een vóór 2 augustus 2018 ondertekende financieringsovereenkomst, de voorschriften van dit artikel die op het moment van ondertekening van die financieringsovereenkomst van kracht zijn.”;
b) lid 4 wordt vervangen door:
„4. Uiterlijk op 3 november 2018 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 149 gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling van deze verordening met bijkomende specifieke voorschriften inzake het beheer en de controle van financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder b) en c), de soorten controles die de management- en auditautoriteiten moeten uitvoeren, de regelingen voor de bewaring van bewijsstukken, en de met bewijsstukken te staven elementen.”;
c) het volgende lid wordt ingevoegd:
„5 bis. In afwijking van artikel 143, lid 4, van deze verordening en artikel 56, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mag een overeenkomstig artikel 143, lid 2, van deze verordening of artikel 56, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 naar aanleiding van individuele onregelmatigheden ingetrokken bijdrage, bij concrete acties die financieringsinstrumenten omvatten, opnieuw voor dezelfde concrete actie worden gebruikt onder de volgende voorwaarden:
a) wanneer de onregelmatigheid die de aanleiding vormt voor de intrekking van de bijdrage is vastgesteld op het niveau van de eindontvanger, mag de ingetrokken bijdrage slechts opnieuw worden gebruikt voor andere eindontvangers binnen hetzelfde financieringsinstrument;
b) wanneer de onregelmatigheid die de aanleiding vormt voor de intrekking van de bijdrage is vastgesteld op het niveau van een financiële intermediair binnen een fonds van fondsen, mag de ingetrokken bijdrage slechts opnieuw worden gebruikt voor andere financiële intermediairs.
Wanneer de onregelmatigheid die de aanleiding vormt voor de intrekking van de bijdrage is vastgesteld op het niveau van de instantie die het fonds van fondsen uitvoert, of op het niveau van de instantie die financieringsinstrumenten via een structuur zonder fonds van fondsen uitvoert, mag de ingetrokken bijdrage niet opnieuw binnen dezelfde concrete actie worden gebruikt.
Indien een financiële correctie wordt doorgevoerd naar aanleiding van een systemische onregelmatigheid, mag de ingetrokken bijdrage niet opnieuw worden gebruikt voor door de systemische onregelmatigheid getroffen concrete acties.”;
15. artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1, eerste alinea, wordt de inleidende zin vervangen door:
„1. Met betrekking tot de in artikel 38, lid 1, onder a) en c), bedoelde financieringsinstrumenten, en de in artikel 38, lid 1, onder b), bedoelde financieringsinstrumenten die in overeenstemming met artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder a), b), en c) worden uitgevoerd, worden gedurende de in artikel 65, lid 2, bepaalde subsidiabiliteitsperiode (de „subsidiabiliteitsperiode”) gefaseerde aanvragen gedaan voor tussentijdse betaling van programmabijdragen aan het financieringsinstrument overeenkomstig de volgende voorwaarden:”;
b) lid 2 wordt vervangen door:
„2. Met betrekking tot de in artikel 38, lid 1, onder b), bedoelde financieringsinstrumenten die overeenkomstig artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder d), worden uitgevoerd, omvatten de aanvragen voor tussentijdse betaling en voor de betaling van het eindsaldo het totaalbedrag van de betalingen die de managementautoriteit heeft verricht voor investeringen in eindontvangers in de zin van artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder a) en b).”;
16. artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:
„3. Bij voor de in artikel 37, lid 4, bedoelde ondernemingen bestemde op eigen vermogen gebaseerde instrumenten waarvoor de in artikel 38, lid 7, onder b), bedoelde financieringsovereenkomst is ondertekend vóór 31 december 2018 en die aan het einde van de subsidiabiliteitsperiode op zijn minst 55 % van de in de financieringsovereenkomst in kwestie vastgelegde programmamiddelen hebben geïnvesteerd, mag een beperkte hoeveelheid betalingen voor investeringen in eindontvangers, die moeten worden gedaan gedurende een periode van maximum vier jaar na het einde van de subsidiabiliteitsperiode, worden beschouwd als subsidiabele uitgave, wanneer de betalingen op een specifiek voor dit doel ingestelde geblokkeerde rekening worden gezet, op voorwaarde dat de regels inzake staatssteun worden nageleefd en dat aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan.”;
b) in lid 5 wordt de eerste alinea vervangen door:
„5. Wanneer de instantie die het fonds van fondsen uitvoert of de op grond van artikel 38, lid 1, onder c), en artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder a), b), en c), met de uitvoering van de financieringsinstrumenten belaste instanties beheerskosten en -vergoedingen als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder d), en lid 2 van dit artikel, in rekening brengen, mogen die niet hoger liggen dan de maxima die zijn bepaald in de in lid 6 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling. Aangezien de beheerskosten directe en indirecte kosten omvatten die tegen overlegging van betalingsbewijzen worden terugbetaald, zijn zij in voorkomend geval gerelateerd aan een prijs die voor op een concurrentiemarkt verleende diensten is overeengekomen. De beheerskosten en -vergoedingen worden volgens een prestatiegerelateerde methode berekend.”;
17. het volgende artikel wordt ingevoegd:
„Artikel 43 bis
Gedifferentieerde behandeling van investeerders
1. Steun uit de ESI-fondsen voor financieringsinstrumenten die in eindontvangers wordt geïnvesteerd, en voordelen en andere inkomsten of opbrengsten, zoals rente, garantievergoedingen, dividenden, kapitaalwinsten of andere door die investeringen gegenereerde inkomsten, en die toe te schrijven zijn aan de steun uit de ESI-fondsen, kunnen worden gebruikt voor een gedifferentieerde behandeling van investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken, en van de EIB bij gebruik van de EU-garantie overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1017. Die gedifferentieerde behandeling wordt gerechtvaardigd door de behoefte om corresponderende private middelen aan te trekken en om overheidsmiddelen te benutten.
2. De in artikel 37, lid 2, en artikel 39 bis, lid 3, bedoelde beoordelingen omvatten waar nodig een beoordeling van de behoefte aan en de mate van de gedifferentieerde behandeling als bedoeld in lid 1 van dit artikel en/of een omschrijving van het mechanisme waarmee zal worden bepaald of die gedifferentieerde behandeling nodig is, en in welke mate.
3. De gedifferentieerde behandeling gaat niet verder dan nodig is om stimulansen te creëren voor het aantrekken van corresponderende private middelen. Het gebruik van de EU-garantie krachtens Verordening (EU) 2015/1017 mag niet leiden tot overcompensatie van de investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken of de EIB. De afstemming van de rente wordt gewaarborgd door een passende deling van de risico’s en de winsten.
4. De gedifferentieerde behandeling van investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken laat de EU-regels inzake staatssteun onverlet.”;
18. in artikel 44 wordt lid 1 vervangen door:
„1. Onverminderd artikel 43 bis, worden kapitaalmiddelen die aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald uit investeringen of doordat middelen vrijkomen die voor garantiecontracten zijn vastgelegd, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, voordelen en andere inkomsten en opbrengsten, zoals rente, garantievergoedingen, dividenden, kapitaalwinsten of andere door investeringen gegenereerde inkomsten, en die toe te schrijven zijn aan de steun uit de ESI-fondsen, hergebruikt voor de volgende doeleinden, tot het noodzakelijke maximumbedrag en in de volgorde die bij de desbetreffende financieringsovereenkomsten is overeengekomen:
a) nadere investeringen door dezelfde of andere financieringsinstrumenten, overeenkomstig de specifieke doelstellingen van een prioriteit;
b) in voorkomend geval, ter dekking van de verliezen in het nominale bedrag van de bijdrage uit de ESI-fondsen aan het financieringsinstrument ten gevolge van negatieve rente, indien dergelijke verliezen zich voordoen ondanks een actief beheer van de kasmiddelen door de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren;
c) in voorkomend geval, de vergoeding van gemaakte beheerskosten en de betaling van beheersvergoedingen van het financieringsinstrument.”;
19. in artikel 46, lid 2, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:
a) punt c) wordt vervangen door:
„c) vermelding van de instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren en, in voorkomend geval, de instanties die fondsen van fondsen uitvoeren, als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder a), b), en c);”;
b) de punten g) en h) worden vervangen door:
„g) rente en andere voordelen als gevolg van steun uit de ESI-fondsen aan het financieringsinstrument en programmamiddelen die zijn terugbetaald aan financieringsinstrumenten uit investeringen zoals bedoeld in de artikelen 43 en 44, en bedragen die zijn gebruikt voor de gedifferentieerde behandeling als bedoeld in artikel 43 bis;
h) voortgang met het bewerkstelligen van het verwachte hefboomeffect van de door het financieringsinstrument gedane investeringen;”;
20. in artikel 49 wordt lid 4 vervangen door:
„4. Het toezichtcomité kan ten behoeve van de managementautoriteit opmerkingen maken over de uitvoering en evaluatie van het programma, met inbegrip van maatregelen om de administratieve last voor de begunstigden te verminderen. Het kan ook opmerkingen maken over de zichtbaarheid van de steun uit de ESI-fondsen en over het vergroten van de bekendheid van de resultaten van die steun. Het houdt toezicht op de maatregelen die naar aanleiding van zijn opmerkingen worden genomen.”;
21. in artikel 51 wordt lid 1 vervangen door:
„1. Van 2016 tot en met 2023 wordt een jaarlijkse evaluatievergadering tussen de Commissie en elke lidstaat gehouden om de prestaties van elk programma te onderzoeken, waarbij rekening wordt gehouden met het jaarverslag over de uitvoering en de eventuele opmerkingen en aanbevelingen van de Commissie. Tijdens de vergadering worden ook de communicatie- en voorlichtingsactiviteiten van het programma geëvalueerd, in het bijzonder de resultaten en de doeltreffendheid van de maatregelen die werden getroffen om het publiek te informeren over de resultaten en de meerwaarde van de steun uit de ESI-fondsen.”;
22. in artikel 56 wordt lid 5 geschrapt;
23. in artikel 57 wordt lid 3 vervangen door:
„3. De leden 1 en 2 van dit artikel zijn ook van toepassing op de bijdragen van het EFRO of het Elfpo aan de specifieke programma’s bedoeld in artikel 39, lid 4, eerste alinea, onder b).”;
24. in artikel 58 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
a) in de tweede alinea wordt de verwijzing naar „artikel 60 van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 154 van het Financieel Reglement”;
b) in de derde alinea wordt punt f) vervangen door:
„f) acties om informatie te verspreiden, netwerkvorming te ondersteunen, communicatieactiviteiten uit te voeren met het accent op de resultaten en meerwaarde van de steun uit de ESI-fondsen, te zorgen voor bewustmaking, en samenwerking en uitwisseling van ervaringen, ook met derde landen, te bevorderen;”;
c) de vierde alinea wordt vervangen door:
„De Commissie zet ten minste 15 % van de in dit artikel bedoelde middelen in om de communicatie met het publiek efficiënter te maken en de synergie tussen de op initiatief van de Commissie verrichte communicatieactiviteiten te versterken, door de kennisbasis uit te breiden, met name via een effectievere gegevensvergaring en -verspreiding, evaluaties en rapportage, en vooral door de bijdrage van de ESI-fondsen aan de verbetering van het leven van de burgers te benadrukken en door de zichtbaarheid van de steun uit de ESI-fondsen te vergroten, alsmede door het publiek beter bekend te maken met de resultaten en de meerwaarde van die steun. De informatie-, communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen met betrekking tot de resultaten en de meerwaarde van de steun uit de ESI-fondsen, met het accent op concrete acties, worden in voorkomend geval voortgezet na beëindiging van de programma’s. Dergelijke maatregelen dragen ook bij tot de institutionele communicatie betreffende de politieke prioriteiten van de Unie voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening.”;
d) de volgende alinea wordt toegevoegd:
„Afhankelijk van hun doel kunnen de in dit artikel bedoelde maatregelen worden gefinancierd als beleids- of administratieve uitgaven.”;
25. artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
a) het volgende lid wordt toegevoegd:
„1 bis. Ieder ESI-fonds kan concrete acties inzake technische bijstand steunen die voor steun uit een ander ESI-fonds in aanmerking komen.”;
b) het volgende lid wordt toegevoegd:
„3. Onverminderd lid 2 kunnen lidstaten de in lid 1 bedoelde acties uitvoeren door middel van de onderhandse gunning van een overeenkomst aan:
a) de EIB;
b) een internationale financiële instelling waarvan een lidstaat aandeelhouder is;
c) een bank of instelling in handen van de overheid, als bedoeld in artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder b), iii).”;
26. artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:
„1. Dit artikel is van toepassing op concrete acties die na voltooiing ervan netto-inkomsten genereren. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „netto-inkomsten” de instroom van kasmiddelen verstaan die de gebruikers genereren door rechtstreeks te betalen voor de door middel van de concrete actie verstrekte goederen of diensten, zoals rechtstreeks door de gebruikers betaalde vergoedingen voor het gebruik van infrastructuur, de verkoop of de verhuur van land of gebouwen, of betalingen voor diensten, minus alle operationele kosten en kosten voor de vervanging van uitrusting met een korte levensduur die in de overeenkomstige periode zijn gemaakt. Door de concrete actie gegenereerde besparingen op de operationele kosten, met uitzondering van besparingen die het gevolg zijn van de uitvoering van maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie, worden als netto-inkomsten behandeld, tenzij deze worden tenietgedaan door een evenredige verlaging van de exploitatiesubsidies.”;
b) in lid 3, eerste alinea, wordt het volgende punt ingevoegd:
„a bis)
toepassing van een door een lidstaat vastgesteld vast netto-inkomstenpercentage voor een sector of een subsector die niet onder a) valt. Alvorens het vaste percentage wordt toegepast, verifieert de verantwoordelijke auditautoriteit dat het vaste percentage is bepaald aan de hand van een eerlijke, billijke en verifieerbare methode op basis van historische gegevens en objectieve criteria;”;
c) lid 5 wordt vervangen door:
„5. Als alternatief voor de toepassing van de in lid 3 van dit artikel omschreven methoden, kan het in artikel 60, lid 1, bedoelde maximale medefinancieringspercentage op verzoek van een lidstaat worden verlaagd voor een prioriteit of maatregel met betrekking tot welke voor alle ondersteunde concrete acties een uniform vast percentage overeenkomstig lid 3, eerste alinea, onder a), van dit artikel kan worden toegepast. De verlaging is minstens gelijk aan het bedrag dat wordt verkregen door het maximale medefinancieringspercentage van de Unie dat op grond van de fondsspecifieke voorschriften van toepassing is, te vermenigvuldigen met het betrokken vaste percentage als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a).”;
d) in lid 7, eerste alinea, wordt punt h) vervangen door:
„h) concrete acties waarvoor de steunbedragen of steunpercentages zijn vastgesteld in bijlage II bij de Elfpo-verordening of in de EFMZV-verordening.”;
e) lid 8 wordt vervangen door:
„8. Voorts zijn de leden 1 tot en met 6 niet van toepassing op concrete acties waarvoor steun in het kader van het programma is aangemerkt als staatssteun.”;
27. artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 8 wordt de derde alinea als volgt gewijzigd:
i) punt h) wordt vervangen door:
„h) concrete acties waarvoor de steunbedragen of steunpercentages zijn vastgesteld in bijlage II bij de Elfpo-verordening of in de EMFZV-verordening, met uitzondering van concrete acties waarvoor in de EFMZV-verordening naar dit lid wordt verwezen, of”
ii) punt i) wordt vervangen door:
„i) concrete acties waarvoor de totale subsidiabele kosten ten hoogste 100 000 EUR bedragen.”;
b) lid 11 wordt vervangen door:
„11. Voor een concrete actie mag steun uit een of meer ESI-fondsen of uit een of meer programma’s en uit andere instrumenten van de Unie worden ontvangen op voorwaarde dat de uitgaven die in een betalingsaanvraag voor een van de ESI-fondsen worden gedeclareerd, niet worden gedeclareerd voor steun uit een ander fonds of instrument van de Unie, noch uit hetzelfde fonds in het kader van een ander programma. Het bedrag van de in de betalingsaanvraag voor een ESI-fonds op te nemen uitgave kan voor elk ESI-fonds en voor het betrokken programma of de betrokken programma’s pro rata worden berekend overeenkomstig het document waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.”;
28. artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt c) wordt vervangen door:
„c) forfaitaire bedragen;”
ii) het volgende punt wordt ingevoegd:
„e) financiering die niet gekoppeld is aan de kosten van de betrokken concrete acties, maar wordt verleend op basis van de naleving van voorwaarden met betrekking tot het boeken van vooruitgang bij de uitvoering of de verwezenlijking van de programmadoelstellingen zoals uiteengezet in de overeenkomstig lid 5 bis vastgestelde gedelegeerde handeling.”;
iii) de volgende alinea wordt toegevoegd:
„Voor de in de eerste alinea, onder e), bedoelde financieringsvorm heeft de audit uitsluitend tot doel te verifiëren of de voorwaarden voor terugbetaling zijn vervuld.”;
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
„2 bis. Voor een concrete actie die of een project dat niet onder de eerste zin van lid 4 valt en waarvoor steun uit het EFRO en het ESF wordt verleend, nemen subsidies en terugvorderbare bijstand waarvoor de overheidssteun niet meer dan 100 000 EUR bedraagt, de vorm aan van standaardschalen van eenheidskosten, forfaitaire bedragen of vaste percentages, behalve voor concrete acties waarvoor in het kader van staatssteun steun wordt verleend die geen de-minimissteun vormt.
Indien er gebruik wordt gemaakt van financiering volgens een vast percentage, mogen de kostencategorieën waarop de vaste percentages van toepassing zijn, worden terugbetaald in overeenstemming met lid 1, eerste alinea, onder a).
Voor door het Elfpo, het EFRO of het ESF gesteunde concrete acties waarvoor het in artikel 68 ter, lid 1, bedoelde vaste percentage wordt gehanteerd, mogen de aan deelnemers betaalde vergoedingen en lonen worden terugbetaald in overeenstemming met lid 1, eerste alinea, onder a), van dit artikel.
Op dit lid zijn de overgangsbepalingen van artikel 152, lid 7, van toepassing.”;
c) lid 4 wordt vervangen door:
„4. Wanneer een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie uitsluitend door middel van overheidsopdrachten voor werken, goederen of diensten wordt uitgevoerd, zijn uitsluitend de punten a) en e) van de eerste alinea van lid 1 van toepassing. Indien de openbare aanbesteding in het kader van een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie slechts betrekking heeft op een aantal kostencategorieën, kunnen alle in lid 1 bedoelde opties worden toegepast voor de volledige concrete actie of het project dat deel uitmaakt van een concrete actie.”;
d) lid 5 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt a) wordt vervangen door:
„a) een eerlijke, billijke en verifieerbare berekeningsmethode op basis van:
i) statistische gegevens, andere objectieve informatie of een deskundige beoordeling, of
ii) de geverifieerde historische gegevens van individuele begunstigden, of
iii) de toepassing van de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van individuele begunstigden;”;
ii) het volgende punt wordt ingevoegd:
„a bis)
een ontwerpbegroting, vastgesteld per individueel geval en van tevoren overeengekomen door de managementautoriteit of, in het geval van het Elfpo, de autoriteit belast met de selectie van concrete acties, wanneer de overheidssteun niet meer dan 100 000 EUR bedraagt;”;
e) het volgende lid wordt ingevoegd:
„5 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 149 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen wat betreft de vaststelling van de standaardschalen van eenheidskosten of de financiering volgens een vast percentage als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder b) en d), van dit artikel, de gerelateerde methoden als bedoeld in lid 5, onder a), van dit artikel en de vorm van de steun als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder e), van dit artikel door nadere bepalingen op te stellen inzake de financieringsvoorwaarden en de toepassing daarvan.”;
29. artikel 68 wordt vervangen door:
„Artikel 68
Financiering volgens een vast percentage voor indirecte kosten betreffende subsidies en terugvorderbare bijstand
Wanneer de uitvoering van een concrete actie indirecte kosten oplevert, mogen deze worden berekend door middel van een van de volgende vaste percentages:
a) een vast percentage van maximaal 25 % van de subsidiabele directe kosten, mits het percentage wordt berekend volgens een eerlijke, billijke en verifieerbare methode of volgens een methode die wordt toegepast op grond van regelingen voor volledig door de lidstaat gefinancierde subsidies voor soortgelijke soorten concrete acties en begunstigden;
b) een vast percentage van maximaal 15 % van de subsidiabele directe personeelskosten waarbij er geen vereiste is voor de lidstaat om te berekenen welk percentage van toepassing is;
c) een vast percentage dat wordt toegepast op de subsidiabele directe kosten op basis van bestaande methoden en overeenkomstige percentages, die van toepassing zijn voor beleidsmaatregelen van de Unie voor soortgelijke soorten concrete acties en begunstigden.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 149 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanvulling van de bepalingen betreffende het vaste percentage en de methoden daarvoor, als bedoeld onder c) van de eerste alinea van dit lid.”;
30. de volgende artikelen worden ingevoegd:
„Artikel 68 bis
Personeelskosten betreffende subsidies en terugvorderbare bijstand
1. De directe personeelskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 20 % van de andere directe kosten dan de personeelskosten van die concrete actie. lidstaten zijn niet verplicht om te berekenen welk percentage van toepassing is, mits de directe kosten van de concrete actie geen overheidsopdrachten voor werken omvatten waarvan de waarde de drempel overschrijdt die is vastgesteld in artikel 4, onder a), van Richtlijn 2014/24/EU.
2. Om de personeelskosten te bepalen mag een uurtarief worden berekend door de meest recente met documenten gestaafde jaarlijkse bruto arbeidskosten te delen door 1 720 uren voor voltijdse werknemers, of door een overeenkomstig pro rata van 1 720 uren voor deeltijdse werknemers.
3. Bij de toepassing van het overeenkomstig lid 2 berekende uurtarief mag het totale aantal voor een bepaald jaar per persoon gedeclareerde uren niet hoger liggen dan het aantal uren dat voor de berekening van dat uurtarief is gebruikt.
De eerste alinea is niet van toepassing op programma’s in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” voor personeelskosten voor personen die deeltijds aan de concrete actie werken.
4. Wanneer de jaarlijkse bruto arbeidskosten niet bekend zijn, mogen die kosten worden afgeleid uit de beschikbare met documenten gestaafde bruto arbeidskosten of uit het arbeidscontract, omgerekend naar een periode van twaalf maanden.
5. Personeelskosten voor personen die deeltijds aan de concrete actie werken mogen worden berekend als een vast percentage van de bruto arbeidskosten, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat zij per maand aan de concrete actie hebben gewerkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten. De werkgever stelt voor de werknemers een document op met vermelding van dat vaste percentage.
Artikel 68 ter
Financiering volgens een vast percentage van andere kosten dan personeelskosten
1. Een vast percentage van maximaal 40 % van de subsidiabele directe personeelskosten mag worden gebruikt om de overige subsidiabele kosten van een concrete actie te dekken, zonder verplichting voor de lidstaat om te berekenen welk percentage van toepassing is.
Voor concrete acties die door het ESF, het EFRO of het Elfpo worden ondersteund, worden lonen en aan deelnemers betaalde vergoedingen beschouwd als extra subsidiabele kosten, bovenop het vaste percentage.
2. Het in lid 1 bedoelde vaste percentage wordt niet toegepast op personeelskosten die op basis van een vast percentage zijn berekend.”;
31. artikel 70 wordt vervangen door:
„Artikel 70
Subsidiabiliteit van concrete acties afhankelijk van de plaats van uitvoering
1. Behoudens de afwijkingen in lid 2 en de fondsspecifieke voorschriften, worden concrete acties die door de ESI-fondsen worden ondersteund uitgevoerd in het programmagebied.
Concrete acties die betrekking hebben op het verlenen van diensten aan burgers of ondernemingen op het hele grondgebied van een lidstaat worden geacht plaats te vinden in alle programmagebieden binnen een lidstaat. In dat geval worden de uitgaven pro rata aan de betrokken programmagebieden toegewezen op basis van objectieve criteria.
De tweede alinea van dit lid is niet van toepassing op het nationale programma als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 of het specifieke programma voor het opzetten en het functioneren van het nationale netwerk voor het platteland als bedoeld in artikel 54, lid 1, van die Verordening.
2. De managementautoriteit kan aanvaarden dat een concrete actie buiten het programmagebied, maar binnen de Unie, wordt uitgevoerd als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de concrete actie komt ten goede aan het programmagebied;
b) het totaalbedrag uit het EFRO, het Cohesiefonds, het Elfpo of het EFMZV dat in het kader van het programma aan concrete acties buiten het programmagebied wordt toegewezen, bedraagt niet meer dan 15 % van de steun uit het EFRO, het Cohesiefonds, het Elfpo of het EFMZV op het niveau van de prioriteit op het tijdstip van de aanneming van het programma;
c) het toezichtcomité heeft met de betrokken concrete actie of soorten concrete acties ingestemd;
d) de verplichtingen van de autoriteiten voor het programma in verband met beheer, controle en audit van de concrete actie worden vervuld door de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het programma in het kader waarvan de concrete actie wordt ondersteund, of zij sluiten overeenkomsten met autoriteiten in het gebied waar de concrete actie wordt uitgevoerd.
Wanneer uit de fondsen en het EFMZV gefinancierde concrete acties overeenkomstig dit lid buiten het programmagebied worden uitgevoerd en zowel het programmagebied als gebieden daarbuiten ten goede komen, worden de betrokken uitgaven pro rata aan die gebieden toegewezen op basis van objectieve criteria.
Wanneer concrete acties betrekking hebben op de in artikel 9, eerste alinea, punt (1), genoemde thematische doelstelling en buiten de lidstaat, maar binnen de Unie, worden uitgevoerd, zijn alleen de punten b) en d) van de eerste alinea van dit lid van toepassing.
3. Uitgaven voor concrete acties die betrekking hebben op technische bijstand of voorlichtings-, communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen en promotieactiviteiten, en voor concrete acties met betrekking tot de in artikel 9, eerste alinea, punt 1, bedoelde thematische doelstelling, mogen buiten de Unie worden gedaan, mits de uitgaven noodzakelijk zijn om de concrete actie naar behoren uit te voeren.
4. De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op programma’s in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing op door het ESF ondersteunde concrete acties.”;
32. in artikel 71 wordt lid 4 vervangen door:
„4. De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op bijdragen aan of door financieringsinstrumenten of huurkoop op grond van artikel 45, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1305/2013, noch op concrete acties waarvan een productieactiviteit wordt beëindigd wegens een niet-frauduleus faillissement.”;
33. Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:
a) in artikel 75, lid 1, wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, leden 5, 6 en 7, van het Financieel Reglement”;
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
„2 bis. De Commissie verstrekt de bevoegde nationale autoriteit:
a) het ontwerpverslag van de audit of controle ter plaatse, uiterlijk drie maanden na het van die audit of controle ter plaatse;
b) het eindverslag van de audit, uiterlijk drie maanden na de ontvangst van een volledig antwoord van de bevoegde nationale autoriteit op het ontwerpverslag van de betrokken audit of controle ter plaatse;
de in de eerste alinea, onder a) en b), bedoelde verslagen worden binnen de in die punten bepaalde termijnen beschikbaar gesteld in ten minste één van de officiële talen van de instellingen van de Unie.
Onder de in de eerste alinea, onder a) en b), bedoelde termijn is niet begrepen de periode die aanvangt op de datum volgend op de datum waarop de Commissie haar verzoek om aanvullende informatie aan de lidstaat toezendt, en eindigt op de datum waarop de lidstaat op dat verzoek reageert
Dit lid is niet van toepassing op het Elfpo.”;
34. in artikel 76, tweede alinea, wordt de verwijzing naar „artikel 84, lid 2, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 110, lid 1, van het Financieel Reglement”;
35. in artikel 79, lid 2, wordt de verwijzing naar „artikel 68, lid 3, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 82, lid 2, van het Financieel Reglement”;
36. in artikel 83, lid 1, onder c), wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, leden 5, 6 en 7, van het Financieel Reglement”;
37. in artikel 84 wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 6, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 8, van het Financieel Reglement”;
38. in artikel 98 wordt lid 2 vervangen door:
„2. Het EFRO en het ESF kunnen op complementaire wijze en met inachtneming van een maximum van 10 % voor de financiering van de Unie voor elke prioriteitsas van een operationeel programma, financiering verlenen voor een deel van een concrete actie waarvan de kosten volgens de desbetreffende regels in aanmerking komen voor steun uit het ander Fonds, op voorwaarde dat deze kosten noodzakelijk zijn om de concrete actie naar behoren uit te voeren en rechtstreeks in verband staan met die actie.”;
39. artikel 102 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 6 wordt vervangen door:
„6. De uitgaven voor grote projecten kunnen worden opgenomen in een betalingsaanvraag na de in lid 2 bedoelde indiening ter goedkeuring. Indien de Commissie het door de managementautoriteit geselecteerde grote project niet goedkeurt, wordt de uitgavendeclaratie na de intrekking van de aanvraag door de lidstaat of de vaststelling van het besluit van de Commissie dienovereenkomstig gerectificeerd.”;
b) het volgende lid wordt toegevoegd:
„7. Wanneer de kwaliteit van een groot project overeenkomstig lid 1 van dit artikel door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld, kunnen de uitgaven voor dat groot project in een betalingsaanvraag worden opgenomen nadat de managementautoriteit de Commissie ervan in kennis heeft gesteld dat de op grond van artikel 101 vereiste informatie bij de onafhankelijke deskundigen is ingediend.
Binnen zes maanden na de indiening van die informatie bij de onafhankelijke deskundigen wordt een onafhankelijke kwaliteitsevaluatie afgegeven.
De overeenkomstige uitgaven worden ingetrokken en de uitgavendeclaratie wordt dienovereenkomstig gerectificeerd in de volgende gevallen:
a) wanneer de Commissie niet binnen drie maanden na het verstrijken van de in de tweede alinea bedoelde termijn in kennis is gesteld van die evaluatie;
b) wanneer de indiening van de informatie wordt ingetrokken door de lidstaat, of
c) wanneer de beoordeling negatief is.”;
40. in artikel 104 worden de leden 2 en 3 vervangen door:
„2. De overheidsmiddelen die aan een gezamenlijk actieplan worden toegewezen, bedragen ten minste 5 000 000 EUR of, als dit minder is, 5 % van de overheidssteun van het operationele programma of één van de bijdragende programma’s.
3. Lid 2 is niet van toepassing op concrete acties die worden gefinancierd in het kader van het YEI, op het eerste gezamenlijke actieplan dat door een lidstaat wordt ingediend in het kader van de doelstelling „investeren in groei en werkgelegenheid” of het eerste gezamenlijke actieplan dat door een programma wordt ingediend in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking.” ”;
41. in artikel 105, lid 2, wordt de tweede zin geschrapt;
42. in artikel 106 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:
a) punt 1) wordt vervangen door:
„1. een beschrijving van de doelstellingen van het gezamenlijke actieplan en van de manier waarop dat bijdraagt aan de doelstellingen van het programma of de relevante landspecifieke aanbevelingen en de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie krachtens artikel 121, lid 2, VWEU en de relevante aanbevelingen van de Raad waarmee de lidstaten bij hun werkgelegenheidsbeleid rekening moeten houden krachtens artikel 148, lid 4, VWEU;”;
b) punt 2) wordt geschrapt;
c) punt 3) wordt vervangen door:
„3. een beschrijving van de voorgenomen projecten of soorten projecten, samen met, in voorkomend geval, de mijlpalen en, in voorkomend geval, de aan de gemeenschappelijke indicatoren gekoppelde streefdoelen inzake outputs en resultaten per prioriteitsas.”;
d) punten 6), 7) en 8) worden vervangen door:
„6. de bevestiging dat het zal bijdragen aan de aanpak voor het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, als vervat in het desbetreffende programma of de desbetreffende partnerschapsovereenkomst;
7. de bevestiging dat het zal bijdragen aan de aanpak inzake duurzame ontwikkeling, als vervat in het desbetreffende programma of de desbetreffende partnerschapsovereenkomst;
8. de uitvoeringbepalingen, met inbegrip van:
a) informatie over de selectie van het gezamenlijke actieplan door de managementautoriteit overeenkomstig artikel 125, lid 3;
b) de regelingen voor de leiding van het gezamenlijke actieplan, overeenkomstig artikel 108;
c) de regelingen voor het toezicht op en de evaluatie van het gezamenlijke actieplan, met inbegrip van kwaliteitsborging en de verzameling en opslag van gegevens over het bereiken van mijlpalen, outputs en resultaten;”;
e) punt 9) wordt als volgt gewijzigd:
i) punt a) wordt vervangen door:
„a) de kosten van het bereiken van mijlpalen en streefdoelen voor outputs en resultaten, vastgesteld, in het geval van standaardschalen van eenheidskosten en vaste bedragen, aan de hand van de in artikel 67, lid 5, van deze verordening en in artikel 14 van de ESF-verordening bedoelde methoden;”;
ii) punt b) wordt geschrapt;
43. in artikel 107 wordt lid 3 vervangen door:
„3. In het in lid 2 bedoelde besluit worden de volgende elementen aangeduid: de begunstigde en de doelstellingen van het gezamenlijke actieplan, de mijlpalen, in voorkomend geval, en de streefdoelen voor outputs en resultaten, de kosten van het bereiken van deze mijlpalen en streefdoelen voor outputs en resultaten, en het financieringsplan uitgesplitst naar operationeel programma en prioriteitsas, met inbegrip van het totale subsidiabele bedrag en het bedrag van de overheidsuitgaven, de uitvoeringsperiode van het gezamenlijke actieplan en, in voorkomend geval, de geografische dekking en de doelgroepen van het gezamenlijke actieplan.”;
44. in artikel 108, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:
„1. De lidstaat of de managementautoriteit richt een stuurgroep voor het gezamenlijke actieplan op, die los mag staan van het toezichtcomité van de betrokken operationele programma’s. De stuurgroep vergadert ten minste twee keer per jaar en rapporteert aan de managementautoriteit. In voorkomend geval, stelt de managementautoriteit het betrokken toezichtcomité in kennis van de resultaten van de werkzaamheden van de stuurgroep en van de voortgang bij de uitvoering van het gezamenlijke actieplan, overeenkomstig artikel 110, lid 1, onder e), en artikel 125, lid 2, onder a).”;
45. in artikel 109, lid 1, wordt de tweede zin geschrapt;
46. artikel 110 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 wordt punt c) vervangen door:
„c) de uitvoering van de communicatiestrategie, met inbegrip van voorlichtings- en communicatiemaatregelen en van maatregelen om de zichtbaarheid van de fondsen te vergroten;”;
b) in lid 2 wordt punt a) vervangen door:
„a) de methoden en criteria gebruikt voor de selectie van concrete acties, behalve wanneer die criteria zijn goedgekeurd door plaatselijke actiegroepen overeenkomstig artikel 34, lid 3, onder c);”;
47. artikel 114 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
„1. De managementautoriteit of de lidstaat stelt voor één of meerdere operationele programma’s een evaluatieplan op. Het evaluatieplan wordt uiterlijk een jaar na goedkeuring van het operationele programma bij het toezichtcomité ingediend. Voor specifieke programma’s als bedoeld in artikel 39, lid 4, eerste alinea, onder b), die vóór 2 augustus 2018 zijn vastgesteld, wordt het evaluatieplan uiterlijk een jaar na die datum bij het toezichtcomité ingediend”;
b) lid 4 wordt geschrapt;
48. de titel van hoofdstuk II van titel III van Deel Drie wordt vervangen door:
„Voorlichting, communicatie en zichtbaarheid”;
49. artikel 115 wordt als volgt gewijzigd:
a) de titel wordt vervangen door:
„Voorlichting, communicatie en zichtbaarheid”;
b) in lid 1 wordt punt d) vervangen door:
„d) het bij de burgers van de Unie onder de aandacht brengen van de rol en de verwezenlijkingen van het cohesiebeleid en van de Fondsen door maatregelen ter verhoging van de zichtbaarheid van de resultaten en effecten van partnerschapsovereenkomsten, operationele programma” s en concrete acties.”;
c) lid 3 wordt vervangen door:
„3. In bijlage XII zijn nadere voorschriften vastgesteld betreffende de op het publiek gerichte voorlichtings-, communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen, alsook betreffende de op potentiële begunstigden en begunstigden gerichte voorlichtingsmaatregelen.”;
50. in artikel 116 wordt lid 3 vervangen door:
„3. In afwijking van lid 2, derde alinea, van dit artikel brengt de managementautoriteit het (de) verantwoordelijke toezichtcomité(s) ten minste een keer per jaar op de hoogte van de vorderingen bij de uitvoering van de communicatiestrategie als bedoeld in artikel 110, lid 1, onder c), en van haar analyse van de resultaten van die uitvoering, alsmede van de voor het volgende jaar geplande en uit te voeren voorlichtings- en communicatieactiviteiten en maatregelen ter verhoging van de zichtbaarheid van de Fondsen. Het toezichtcomité brengt advies uit over de voor het volgende jaar geplande activiteiten en maatregelen, ook wat betreft manieren om de op het publiek gerichte communicatieactiviteiten doeltreffender te maken.”;
51. in artikel 117 wordt lid 4 vervangen door:
„4. De Commissie richt netwerken op Unieniveau op waaraan de door de lidstaten aangewezen leden deelnemen om informatie over de resultaten van de uitvoering van de communicatiestrategieën, ervaringen met de uitvoering van voorlichtings- en communicatiemaatregelen en goede werkmethoden uit te wisselen, en om waar passend gezamenlijke planning of coördinatie van communicatieactiviteiten tussen de lidstaten en met de Commissie mogelijk te maken. De netwerken bespreken en beoordelen ten minste eenmaal per jaar de doeltreffendheid van de informatie- en communicatiemaatregelen, en doen aanbevelingen om de reikwijdte en de impact van communicatieactiviteiten te vergroten en om de resultaten en de meerwaarde van die activiteiten onder de aandacht te brengen.”;
52. artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:
„1. Het bedrag van de Fondsen dat aan technische bijstand in een lidstaat wordt toegewezen, mag niet meer bedragen dan 4 % van het totale bedrag van de Fondsen dat is toegewezen aan operationele programma’s in het kader van de doelstelling „investeren in groei en werkgelegenheid”.”;
b) in lid 2 wordt de eerste zin geschrapt;
c) lid 4 wordt vervangen door:
„4. In het geval van de structuurfondsen, indien de toewijzingen als bedoeld in lid 1 worden aangewend ter ondersteuning van concrete acties inzake technische bijstand die samen genomen betrekking hebben op meer dan één regiocategorie, kunnen de uitgaven van de acties worden uitgevoerd krachtens een prioriteitsas waarbij verschillende regiocategorieën worden gecombineerd en kan er een pro rata grondslag worden toegepast, rekening houdend met de respectieve toewijzingen aan de verschillende regiocategorieën van het operationeel programma of de toewijzing aan elke regiocategorie als een aandeel in de totale toewijzing van de lidstaat.”;
d) het volgende lid wordt ingevoegd:
„5 bis. De beoordeling van de eerbiediging van de percentages wordt op het tijdstip van de vaststelling van het operationale programma uitgevoerd.”;
53. in artikel 122, lid 2, wordt de vierde alinea vervangen door:
„Wanneer bedragen die voor een concrete actie ten onrechte aan een begunstigde zijn betaald, door een fout of nalatigheid van een lidstaat niet kunnen worden teruggevorderd, is die lidstaat verantwoordelijk voor de terugbetaling van de betrokken bedragen aan de begroting van de Unie. De lidstaten kunnen besluiten een onverschuldigd betaald bedrag niet terug te vorderen indien het van de begunstigde terug te vorderen bedrag voor een actie in een boekjaar, zonder rente, niet meer dan 250 EUR aan steun uit de Fondsen bedraagt.”;
54. in artikel 123, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door:
„5. In het geval van de Fondsen en in het geval van het EFMZV mogen de managementautoriteit, de eventuele certificeringsautoriteit en de auditautoriteit deel uitmaken van dezelfde publieke autoriteit of instantie, mits het beginsel van scheiding van functies wordt nageleefd.”;
55. artikel 125 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 3 wordt punt c) vervangen door:
„c) waarborgen dat de begunstigde een document ontvangt waarin de voorwaarden voor steun voor elke concrete actie zijn vermeld, met inbegrip van de specifieke eisen betreffende de producten of diensten die in het kader van de concrete actie moeten worden geleverd, het financieringsplan, de uitvoeringstermijn, alsmede de vereisten inzake voorlichting, communicatie en zichtbaarheid;”;
b) in lid 4 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:
i) punt a) wordt vervangen door:
„a) verifiëren of de medegefinancierde producten en diensten zijn geleverd, of de concrete actie voldoet aan het toepasselijke recht, aan het operationele programma en aan de voorwaarden voor steun voor de concrete actie en,
i) voor kosten die worden vergoed overeenkomstig artikel 67, lid 1, eerste alinea, onder a), of de door de begunstigden met betrekking tot die kosten gedeclareerde uitgaven daadwerkelijk zijn betaald;
ii) voor kosten die worden vergoed overeenkomstig artikel 67, lid 1, eerste alinea, onder b) tot en met e), of voldaan is aan de voorwaarden voor de vergoeding van de uitgave aan de begunstigde;”;
ii) in punt e) wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, onder a) en b), van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 5, onder a) en b), en artikel 63, leden 6 en 7, van het Financieel Reglement”;
56. in artikel 126, onder b), wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, onder a), van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 5, onder a), en artikel 63, lid 6, van het Financieel Reglement”;
57. artikel 127 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1, derde alinea, wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, tweede alinea, van het Financieel Reglement” vervangen door „ artikel 63, lid 7, van het Financieel Reglement”;
b) in lid 5, eerste alinea, onder a), wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, tweede alinea, van het Financieel Reglement” vervangen door „ artikel 63, lid 7, van het Financieel Reglement”;
58. artikel 131 wordt vervangen door:
„Artikel 131
Betalingsaanvragen
1. In betalingsaanvragen wordt voor elke prioriteit het volgende opgenomen:
a) het totaalbedrag van door begunstigden gedane subsidiabele uitgaven dat is betaald voor de uitvoering van concrete acties, zoals opgenomen in het boekhoudsysteem van de certificeringsautoriteit;
b) het totaalbedrag van voor de uitvoering van concrete acties betaalde overheidsuitgaven, zoals opgenomen in het boekhoudsysteem van de certificeringsautoriteit.
Met betrekking tot de bedragen die moeten worden opgenomen in de betalingsaanvragen voor de vorm van steun als bedoeld in artikel 67, lid 1, eerste alinea, onder e), bevatten de betalingsaanvragen de elementen die worden omschreven in de overeenkomstig artikel 67, lid 5 bis, vastgestelde gedelegeerde handelingen, en wordt gebruikgemaakt van het model voor betalingsaanvragen dat is neergelegd in de overeenkomstig lid 6 van dit artikel vastgestelde uitvoeringhandelingen.
2. Subsidiabele uitgaven die in een betalingsaanvraag worden opgenomen, worden gestaafd door vereffende facturen of boekhoudkundige documenten met gelijkwaardige bewijskracht, met uitzondering van de vormen van steun bedoeld in artikel 67, lid 1, eerste alinea, onder b) tot en met e), van deze verordening, de artikelen 68, 68 bis en 68 ter van deze verordening, artikel 69, lid 1, van deze verordening en artikel 109 van deze verordening, alsook overeenkomstig artikel 14 van de ESF-verordening. In een betalingsaanvraag voor die vormen van steun worden de kosten opgenomen als berekend volgens de toepasselijke grondslag.
3. In geval van staatssteun moet de overheidsbijdrage die overeenkomt met de in een betalingsaanvraag vermelde uitgaven door de steunverlenende instantie aan de begunstigden zijn betaald of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a), door de begunstigde aan de steunontvangende instantie zijn betaald.
4. In afwijking van lid 1 van dit artikel kan, in geval van staatssteun, de betalingsaanvraag voorschotten omvatten die door de steunverlenende instantie aan de begunstigde zijn betaald of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a), door de begunstigde aan de steunontvangende instantie zijn betaald onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
a) voor die voorschotten moet een garantie van een bank of een andere financiële instelling, gevestigd in een van de lidstaten, worden verstrekt, of zijn gedekt door een voorziening die door een overheidsinstantie of door de lidstaat als garantie is verstrekt;
b) die voorschotten mogen niet meer bedragen dan 40 % van het totaalbedrag van de aan een begunstigde voor een bepaalde concrete actie te verlenen steun of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a), van het totaalbedrag van de aan de steunontvangende instantie te verlenen steun als onderdeel van een bepaalde concrete actie;
c) die voorschotten moeten worden gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a),voor de uitgaven van de steunontvangende instantie voor de uitvoering van de concrete actie en moeten binnen drie jaar na het jaar waarin het voorschot is betaald of, indien dit vroeger is, op 31 december 2023 worden verantwoord door vereffende rekeningen of boekhoudkundige stukken met gelijkwaardige bewijskracht.
Indien de in de eerste alinea, onder c), bepaalde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de volgende betalingsaanvraag dienovereenkomstig gecorrigeerd.
5. Bij iedere betalingsaanvraag die voorschotten van de soort als bedoeld in lid 4 van dit artikel omvat, worden afzonderlijk vermeld:
a) het totaalbedrag dat als voorschot uit het operationele programma is betaald;
b) het bedrag dat binnen drie jaar na de betaling van het voorschot overeenkomstig lid 4, eerste alinea, onder c), is gebruikt voor de uitgaven van de begunstigde of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a), van de steunontvangende instantie, en
c) het bedrag dat niet is gebruikt voor de uitgaven van de begunstigde of, indien de lidstaten hebben besloten dat de begunstigde de steunverlenende instantie is overeenkomstig artikel 2, punt 10, onder a), van de steunontvangende instantie, en waarvoor de termijn van drie jaar nog niet is verstreken.
6. De Commissie stelt, om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van dit artikel, uitvoeringshandelingen vast ter vastlegging van het model voor betalingsaanvragen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”;
59. in artikel 137, lid 1, wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, onder a), van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 5, onder a), en artikel 63, lid 6, van het Financieel Reglement”;
60. in artikel 138, wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 5, en artikel 63, lid 7, tweede alinea, van het Financieel Reglement”;
61. aan artikel 140, lid 3, wordt de volgende zin toegevoegd:
„Wanneer documenten op algemeen aanvaarde gegevensdragers worden bijgehouden overeenkomstig de procedure van lid 5, worden er geen originelen verlangd.”;
62. in artikel 145, lid 7, tweede alinea, onder a), wordt de verwijzing naar „artikel 59, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 63, lid 5, leden 6 en 7, van het Financieel Reglement”;
63. in artikel 147, lid 1, wordt de verwijzing naar „artikel 78 van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 98 van het Financieel Reglement”;
64. In artikel 148 wordt lid 1 vervangen door:
„1. Concrete acties waarvan de totale subsidiabele uitgaven niet meer dan 400 000 EUR voor het EFRO en het Cohesiefonds, 300 000 EUR voor het ESF of 200 000 EUR voor het EFMZV bedragen, worden voorafgaand aan de indiening van de rekeningen voor het boekjaar waarin de concrete actie is voltooid, onderworpen aan niet meer dan één audit, verricht door hetzij de auditautoriteit, hetzij de Commissie. Andere concrete acties worden voorafgaand aan de indiening van de rekeningen voor het boekjaar waarin de concrete actie is voltooid, onderworpen aan niet meer dan één audit per boekjaar, verricht door hetzij de auditautoriteit hetzij de Commissie. Concrete acties worden in een bepaald jaar niet meer door de Commissie of de auditautoriteit aan een audit onderworpen wanneer dat jaar reeds een audit door de Europese Rekenkamer heeft plaatsgevonden, mits de auditautoriteit of de Commissie de resultaten van die audit van de Europese Rekenkamer voor die acties voor de vervulling van hun respectieve taken kunnen gebruiken.
In afwijking van de eerste alinea kunnen concrete acties waarvan de totale subsidiabele uitgaven tussen 200 000 EUR en 400 000 EUR bedragen voor het EFRO en het Cohesiefonds, tussen 150 000 EUR en 300 000 EUR bedragen voor het ESF en tussen 100 000 en 200 000 EUR bedragen voor het EFMZV, worden onderworpen aan meer dan één audit, indien de auditautoriteit op basis van haar professionele oordeel tot de conclusie komt dat geen auditadvies op basis van statistische of niet-statistische steekproefmethoden als bedoeld in artikel 127, lid 1, kan worden afgegeven of opgesteld zonder meer dan één audit van de betrokken concrete actie uit te voeren.”;
65. artikel 149 wordt als volgt gewijzigd:
a) de leden 2 en 3 worden vervangen door:
„2. De in artikel 5, lid 3, artikel 12, tweede alinea, artikel 22, lid 7, vierde alinea, artikel 37, lid 13, artikel 38, lid 4, derde alinea, artikel 39 bis, lid 7, artikel 40, lid 4, artikel 41, lid 3, artikel 42, lid 1, tweede alinea, artikel 42, lid 6, artikel 61, lid 3, tweede, derde, vierde en zevende alinea, artikel 63, lid 4, artikel 64, lid 4, artikel 67, lid 5 bis, artikel 68, tweede alinea, artikel 101, vierde alinea, lid 4, artikel 122, lid 2, vijfde alinea, artikel 125, lid 8, eerste alinea, artikel 125, lid 9, artikel 127, leden 7 en 8, en artikel 144, lid 6, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend met ingang van 21 december 2013 tot en met 31 december 2020.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 3, artikel 12, tweede alinea, artikel 22, lid 7, vierde alinea, artikel 37, lid 13, artikel 38, lid 4, derde alinea, artikel 39 bis, lid 7, artikel 40, lid 4, artikel 41, lid 3, artikel 42, lid 1, tweede alinea, artikel 42, lid 6, artikel 61, lid 3, tweede, derde, vierde en zevende alinea, artikel 63, lid 4, artikel 64, lid 4, artikel 67, lid 5 bis, artikel 68, tweede alinea, artikel 101, vierde alinea, artikel 122, lid 2, vijfde alinea, artikel 125, lid 8, eerste alinea, artikel 125, lid 9, artikel 127, leden 7 en 8, en artikel 144, lid 6, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet”;
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
„3 bis. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.”;
c) lid 5 wordt vervangen door:
„5. Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, artikel 12, tweede alinea, artikel 22, lid 7, vierde alinea, artikel 37, lid 13, artikel 38, lid 4, derde alinea, artikel 39 bis, lid 7, artikel 40, lid 4, artikel 41, lid 3, artikel 42, lid 1, tweede alinea, artikel 42, lid 6, artikel 61, lid 3, tweede, derde, vierde en zevende alinea, artikel 63, lid 4, artikel 64, lid 4, artikel 67, lid 5 bis, artikel 68, tweede alinea, artikel 101, vierde alinea, artikel 122, lid 2, vijfde alinea, artikel 125, lid 8, eerste alinea, artikel 125, lid 9, artikel 127, leden 7 en 8, en artikel 144, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”;
66. aan artikel 152 wordt het volgende lid toegevoegd:
„7. De managementautoriteit, of het toezichtcomité voor de programma’s in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”, kan besluiten artikel 67, lid 2 bis, niet toe te passen gedurende een periode van maximum twaalf maanden vanaf 2 augustus 2018.
Wanneer de managementautoriteit, of het toezichtcomité voor de programma’s in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”, van oordeel is dat artikel 67, lid 2 bis, een onevenredig zware administratieve last meebrengt, kan zij besluiten om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde overgangsperiode te verlengen met een duur die zij passend acht. De managementautoriteit of het toezichtcomité stelt de Commissie vóór het einde van de eerste overgangsperiode in kennis van dat besluit.
De eerste en tweede alinea zijn niet van toepassing op subsidies en terugvorderbare bijstand uit het ESF waarvoor de overheidssteun niet meer dan 50 000 EUR bedraagt.”;
67. bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:
a) punt 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) de inleidende zin wordt vervangen door:
„1. Wanneer een financieringsinstrument overeenkomstig artikel 38, lid 4, eerste alinea, onder a), b) en c), en artikel 39 bis wordt uitgevoerd, bevat de financieringsovereenkomst tevens de algemene en bijzondere voorwaarden voor het verstrekken van bijdragen uit het programma aan het financieringsinstrument, en ten minste de volgende elementen:”;
ii) punt f) wordt vervangen door:
„f) voorschriften en procedures voor het beheer van de gefaseerde bijdragen die in overeenstemming met artikel 41 door het programma worden verstrekt, alsook voor het verwachte investeringsaanbod, met inbegrip van voorschriften inzake fiduciaire of afzonderlijke boekhouding overeenkomstig artikel 38, lid 6, en artikel 39 bis, lid 5, tweede alinea;”;
iii) punt i) wordt vervangen door:
„i) regels betreffende het hergebruik van middelen die kunnen worden toegeschreven aan de steun uit de ESI-fondsen tot de subsidiabiliteitsperiode is verstreken in overeenstemming met artikel 44, en in voorkomend geval regels inzake de gedifferentieerde behandeling als bedoeld in artikel 43 bis;”;
b) punt 2 wordt als volgt gewijzigd:
i) de leidende zin wordt vervangen door:
„2. De in artikel 38, lid 8, bedoelde strategiedocumenten voor financieringsinstrumenten die op grond van artikel 38, lid 4, eerste alinea onder d), worden uitgevoerd, omvatten ten minste de volgende elementen:”;
ii) punt c) wordt vervangen door:
„c) het gebruik en hergebruik van middelen die kunnen worden toegeschreven aan de steun uit de ESI-fondsen, in overeenstemming met de artikelen 43, 44 en 45, en in voorkomend geval regels inzake de gedifferentieerde behandeling als bedoeld in artikel 43 bis;”;
68. bijlage XII wordt als volgt gewijzigd:
a) de titel van bijlage XII wordt vervangen door:
„VOORLICHTING EN COMMUNICATIE OVER EN ZICHTBAARHEID VAN STEUN UIT DE FONDSEN”;
b) de titel van punt 2 wordt vervangen door:
„2. VOORLICHTINGS- EN COMMUNICATIEMAATREGELEN EN MAATREGELEN TER VERHOGING VAN DE ZICHTBAARHEID VOOR HET PUBLIEK”;
c) punt 2.1 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt 1 wordt vervangen door:
„1. De lidstaat en de managementautoriteit zien erop toe dat de voorlichtings- en communicatiemaatregelen in overeenstemming met de communicatiestrategie worden uitgevoerd om de zichtbaarheid en de interactie met de burgers te verbeteren, en streven ernaar dat deze maatregelen een zo ruim mogelijke aandacht in de media krijgen, waarbij op het aangewezen niveau en in voorkomend geval aangepast aan de technologische innovatie verschillende vormen en methoden van communicatie worden gebruikt.”;
ii) in punt 2, worden de punten e) en f) vervangen door:
„e) het geven van voorbeelden van concrete acties, met name van concrete acties waarbij de meerwaarde van de interventie van de Fondsen bijzonder goed zichtbaar is, per operationeel programma, op de algemene website of op de site van het operationele programma die via de portaalsite toegankelijk is; de voorbeelden worden gegeven in een door velen gesproken officiële taal van de Unie die niet de officiële taal of een van de officiële talen van de betrokken lidstaat mag zijn;
f) de actualisering van informatie over de uitvoering van de operationele programma’s, met inbegrip van de belangrijkste verwezenlijkingen en resultaten ervan, op de algemene website of op de site van het operationele programma die via de portaalsite toegankelijk is.”;
d) punt 2.2 wordt als volgt gewijzigd:
i) in punt 1 wordt de inleidende zin vervangen door:
„1. Bij alle door de begunstigde genomen voorlichtings- en communicatiemaatregelen en maatregelen ter verhoging van de zichtbaarheid van de Fondsen wordt duidelijk gemaakt dat voor de concrete actie steun is verleend uit de Fondsen:”;
ii) het volgende punt wordt toegevoegd:
„6. De in dit punt omschreven verantwoordelijkheden gelden vanaf het tijdstip waarop de begunstigde het in artikel 125, lid 3, onder c), bedoelde document waarin de voorwaarden voor de toekenning van steun voor de concrete actie zijn opgenomen, heeft ontvangen.”;
e) in punt 3.1, punt 2, wordt punt f) vervangen door:
„f) de taak van de begunstigden het publiek te informeren over het doel van de concrete actie en de steun die uit de Fondsen voor de actie wordt verstrekt, overeenkomstig punt 2.2, vanaf het ogenblik waarop de begunstigde het in artikel 125, lid 3, onder c), bedoelde document waarin de voorwaarden voor de toekenning van steun voor de concrete actie zijn opgenomen, heeft ontvangen. De managementautoriteit kan die potentiële begunstigden verzoeken in hun aanvragen indicatieve communicatieactiviteiten ter verhoging van de zichtbaarheid van de Fondsen voor te stellen die in verhouding staan tot de omvang van de concrete actie.”;
f) in punt 4 wordt punt i) vervangen door:
„i) een jaarlijkse actualisering waarin de in het volgende jaar te nemen voorlichtings- en communicatiemaatregelen, met inbegrip van maatregelen ter verhoging van de zichtbaarheid van de Fondsen, worden uiteengezet, op basis van onder meer geleerde lessen inzake de doeltreffendheid van zulke maatregelen.”.