Art. 275 Verordening (EU) 2018/1046, Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1316/2013

Verordening (EU) 2018/1046

Verordening (EU) nr. 1316/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1. het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd:

„ HOOFDSTUK V bis

Blending

Artikel 16 bis

CEF-blendingfaciliteiten

1. Uit hoofde van deze verordening kunnen voor één of meer CEF-sectoren CEF-blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 159 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (*8) worden opgezet. Alle acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang komen in aanmerking voor financiële steun door blendingverrichtingen.

2. De CEF-blendingfaciliteiten worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig artikel 6, lid 3.

3. De totale bijdrage uit de algemene begroting van de Unie voor de CEF-blendingfaciliteiten bedraagt ten hoogste 10 % van de in artikel 5, lid 1, bedoelde totale financiële middelen van de CEF.

In aanvulling op de in de eerste alinea bepaalde drempelwaarde bedraagt de totale bijdrage uit de algemene begroting van de Unie aan de CEF-blendingfaciliteiten in de sector vervoer ten hoogste 500 000 000 EUR.

Als 10 % van de in artikel 5, lid 1, bedoelde totale financiële middelen voor de uitvoering van de CEF niet volledig voor CEF-blendingfaciliteiten en/of financieringsinstrumenten wordt gebruikt, wordt het resterende bedrag beschikbaar gemaakt voor en herverdeeld naar die totale financiële middelen.

4. Het in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde bedrag van 11 305 500 000 EUR dat is overgedragen uit het Cohesiefonds, wordt niet gebruikt voor het vastleggen van begrotingsmiddelen voor CEF-blendingfaciliteiten.

5. Steun die in het kader van de CEF-blendingfaciliteit wordt verleend in de vorm van subsidies en financieringsinstrumenten voldoet aan de in artikel 7 vastgestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële bijstand. Het bedrag van de financiële bijstand die via een CEF-blendingfaciliteit aan de blendingverrichtingen moet worden toegekend, wordt gemoduleerd op basis van een kosten-batenanalyse, de beschikbaarheid van middelen in de Uniebegroting en het streven naar een maximaal hefboomeffect van de financiering van de Unie. Een toegekende subsidie mag in geen geval de in artikel 10 vastgestelde financieringspercentages overschrijden.

6. De Commissie onderzoekt samen met de EIB de mogelijkheid dat de Europese Investeringsbank (EIB) systematisch de dekking van het eerste verlies in de CEF-blendingfaciliteiten garandeert, om de additionaliteit en deelname van particuliere mede-investeerders in de vervoerssector mogelijk te maken en te bevorderen.

7. De Unie, de lidstaten en andere investeerders kunnen bijdragen aan de CEF-blendingfaciliteiten, op voorwaarde dat de Commissie instemt met de specificaties van de subsidiabiliteitscriteria van blendingverrichtingen en/of de investeringsstrategie van de CEF-blendingfaciliteit, die in voorkomend geval vereist is vanwege de aanvullende bijdrage en om te voldoen aan de vereisten van deze verordening bij de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang. Die aanvullende middelen worden door de Commissie uitgevoerd overeenkomstig artikel 6, lid 3.

8. Blendingverrichtingen die via een CEF-blendingfaciliteit worden ondersteund, worden geselecteerd op basis van rijpheid; hierbij moet worden gestreefd naar sectorale diversificatie overeenkomstig de artikelen 3 en 4, en naar een geografisch evenwicht tussen de lidstaten. De verrichtingen:

a) bieden een Europese meerwaarde;

b) beantwoorden aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;

c) dragen waar mogelijk bij aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

9. CEF-blendingfaciliteiten worden beschikbaar gesteld en concrete acties van blending worden op basis van de selectie- en toekenningscriteria bepaald in de meerjarige en de jaarlijkse werkprogramma’s die overeenkomstig artikel 17 worden vastgesteld.

10. Blendingverrichtingen in derde landen kunnen worden ondersteund door middel van een CEF-blendingfaciliteit indien die verrichtingen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een project van gemeenschappelijk belang.;

(*8) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).”;"

2. in artikel 17, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:

„De desbetreffende financiële middelen bedragen 80 tot 95 % van de in artikel 5, lid 1, onder a), vermelde begrotingsmiddelen.”;

3. in artikel 22 wordt de vierde alinea vervangen door:

„De certificering van de in de tweede alinea van dit artikel bedoelde uitgaven is niet verplicht voor subsidies die zijn toegekend op basis van Verordening (EU) nr. 283/2014.”.

Vorige artikelen

Volgende artikelen