Art. 258 Verordening (EU) 2018/1046, Jaarverslag van de Rekenkamer
1. De Rekenkamer doet uiterlijk op 30 juni aan de Commissie en de betrokken andere instellingen van de Unie de opmerkingen toekomen die naar haar mening in haar jaarverslag dienen te worden opgenomen. Die opmerkingen zijn vertrouwelijk en het voorwerp van een contradictoire procedure. Alle instellingen van de Unie zenden hun antwoorden uiterlijk op 15 oktober toe aan de Rekenkamer. Tegelijkertijd zenden de andere instellingen van de Unie dan de Commissie hun antwoord aan de Commissie.
2. Het jaarverslag van de Rekenkamer bevat een beoordeling van de deugdelijkheid van het financiële beheer.
3. Het jaarverslag van de Rekenkamer bevat een afdeling voor elke instelling van de Unie en voor het gemeenschappelijk voorzieningsfonds. De Rekenkamer kan elke door haar dienstig geachte samenvatting of opmerking van algemene aard toevoegen.
4. De Rekenkamer zendt haar jaarverslag met de antwoorden van de instellingen van de Unie uiterlijk op 15 november toe aan de autoriteiten die kwijting verlenen en aan de andere instellingen van de Unie, en draagt zorg voor de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.