Art. 55 Verordening (EU) 2018/858, In de handel brengen en in gebruik nemen van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van essentiële systemen
1. Voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor het correct functioneren van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, worden niet in de handel gebracht, worden niet in gebruik genomen, en worden verboden, tenzij een goedkeuringsinstantie er een vergunning voor heeft verleend overeenkomstig artikel 56.
2. Die vergunningen gelden alleen voor het beperkt aantal voertuigdelen of uitrustingsstukken die zijn opgenomen op de in lid 4 bedoelde lijst.
3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door voorschriften vast te leggen voor de vergunning van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voertuigdelen en uitrustingsstukken.
Die voorschriften kunnen worden gebaseerd op de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen of kunnen een vergelijking opleggen van de milieu- of veiligheidsprestaties van de voertuigdelen of uitrustingsstukken met de milieu- of veiligheidsprestaties van de originele voertuigdelen of uitrustingsstukken, naargelang het geval. In beide gevallen zorgen de voorschriften ervoor dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken geen nadelige invloed hebben op het functioneren van de systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties.
4. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI, teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de lijst van voertuigdelen of uitrustingsstukken vast te leggen en te actualiseren op basis van een beoordeling van de volgende elementen:
a) de mate waarin er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid of de milieuprestaties van voertuigen waarop de betrokken voertuigdelen en uitrustingsstukken zijn gemonteerd;
b) de potentiële gevolgen voor consumenten en fabrikanten op de aftermarket van een mogelijke vergunning voor de voertuigdelen of uitrustingsstukken krachtens artikel 56, lid 1.
5. Lid 1 is niet van toepassing op originele voertuigdelen of uitrustingsstukken, noch op voertuigdelen of uitrustingsstukken die deel uitmaken van een systeem waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen, tenzij de goedkeuring betrekking heeft op andere aspecten dan het in lid 1 bedoelde ernstige risico.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „originele voertuigdelen of uitrustingsstukken” verstaan voertuigdelen of uitrustingsstukken die worden geproduceerd volgens specificaties en productienormen die de voertuigfabrikant voor de montage van het betrokken voertuig heeft verstrekt.
6. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op voertuigdelen of uitrustingsstukken die uitsluitend voor racevoertuigen worden geproduceerd. In bijlage VI vermelde voertuigdelen of uitrustingsstukken die zowel in races als op de weg worden gebruikt, worden enkel op de markt aangeboden voor voertuigen bestemd voor gebruik op de openbare weg indien zij voldoen aan de voorschriften die zijn neergelegd in de in lid 3 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen en zijn toegestaan door de Commissie. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om te beslissen om die vergunningen al dan niet te verlenen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.