Art. 31 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892, Groen oogsten en niet oogsten
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892
1. Voordat tot groen oogsten wordt overgegaan, gaan de lidstaten door middel van een controle ter plaatse na of de betrokken producten niet beschadigd zijn en of het betrokken areaal goed is onderhouden. Na het groen oogsten verifiëren de lidstaten of de gewassen op het betrokken areaal volledig zijn geoogst en het geoogste product is gedenatureerd.
2. Voordat tot niet oogsten wordt overgegaan, gaan de lidstaten door middel van een controle ter plaatse na of het betrokken areaal goed is onderhouden, of de gewassen niet al gedeeltelijk zijn geoogst, of het product goed ontwikkeld is en of het in het algemeen van een deugdelijke handelskwaliteit zou zijn.
De lidstaten vergewissen zich ervan dat de productie is gedenatureerd. Indien dat niet mogelijk is, vergewissen zij zich tijdens bezoeken ter plaatse of bezoeken gedurende het oogstseizoen ervan dat niet wordt geoogst.
3. Wanneer artikel 48, lid 3, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van toepassing is:
a) is lid 2, eerste alinea, van dit artikel, waarin is bepaald dat geen gedeeltelijke oogst mag hebben plaatsgevonden, niet van toepassing, en
b) zorgen de lidstaten ervoor dat de groente- en fruitplanten waarop maatregelen voor niet oogsten en groen oogsten zijn toegepast, in hetzelfde groeiseizoen niet voor verdere productiedoeleinden worden gebruikt.
4. Artikel 30, leden 1, 2, 3 en 6, zijn van overeenkomstige toepassing.