Art. 27 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892, Controles ter plaatse van jaarlijkse steunaanvragen
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892
1. De lidstaten verrichten op de locatie van de producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en hun dochternemingen, waar zulks van toepassing is, controles ter plaatse op de naleving van de voorwaarden die verbonden zijn aan de erkenning, de verlening van steun of de toekenning van het saldo ervan voor het betrokken jaar als bedoeld in artikel 9, lid 1; deze controles vormen een aanvulling op de administratieve controles.
2. De controles ter plaatse hebben betrekking op een steekproef van ten minste 30 % van de voor elk jaar aangevraagde totale steun. Elke producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties die een operationeel programma uitvoert, wordt ten minste om de drie jaar bezocht.
3. De lidstaten bepalen de te controleren producentenorganisaties op basis van een risicoanalyse waarin rekening wordt gehouden met de volgende criteria:
a) het steunbedrag;
b) de bevindingen bij de controles in voorgaande jaren;
c) een aselecte parameter, en
d) andere door de lidstaten te bepalen parameters.
4. Controles ter plaatse mogen worden aangekondigd, mits de doelstelling van de controle daardoor niet in het gedrang komt.
5. De controles ter plaatse hebben betrekking op alle verbintenissen en verplichtingen die in voorkomend geval door de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties of hun leden of dochterondernemingen zijn aangegaan en die bij het bezoek kunnen worden gecontroleerd en die niet konden worden gecontroleerd bij de administratieve controles. Controles ter plaatse hebben met name betrekking op:
a) de inachtneming van de erkenningscriteria voor het betrokken jaar;
b) de uitvoering van de acties en de consistentie ervan met het goedgekeurde operationele programma;
c) voor een relevant aantal acties: de overeenstemming van de uitgaven met het Unierecht en de inachtneming van de daarin vastgelegde uiterste data;
d) het gebruik van het actiefonds, met inbegrip van de uitgaven die zijn opgegeven in aanvragen tot betaling van voorschotten of gedeeltelijke betalingen, de waarde van de afgezette productie, de bijdragen in het actiefonds en de opgegeven uitgaven zoals gestaafd door boekhoudkundige of gelijkwaardige documenten;
e) de volledige levering van de producten door de leden, de levering van de diensten en de waarheidsgetrouwheid van de uitgaven waarvoor een aanvraag is ingediend, en
f) tweedelijnscontroles als bedoeld in artikel 30, voor de uitgaven betreffende het uit de markt nemen, groen oogsten en niet oogsten.
6. De waarde van de afgezette productie wordt geverifieerd op basis van het overeenkomstig het nationale recht geauditeerde en gecertificeerde financiële boekhoudsysteem.
Daartoe kunnen de lidstaten bepalen dat de opgave van de waarde van de afgezette productie op dezelfde wijze moet worden gecertificeerd als de financiële boekhoudkundige gegevens.
De controle van de opgave van de waarde van de afgezette productie mag worden uitgevoerd vóór de indiening van de betrokken steunaanvraag, maar uiterlijk vóór de betaling van de steun.
7. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden omvatten controles ter plaatse een bezoek aan de plaats waar de actie wordt uitgevoerd of, indien de actie niet tastbaar is, aan de promotor van de actie. Met name acties in individuele bedrijven van leden van producentenorganisaties die onder de in lid 2 bedoelde steekproef vallen, worden ten minste eenmaal bezocht om de uitvoering ervan te verifiëren.
De lidstaat kan echter besluiten van een dergelijk bezoek af te zien wanneer de acties kleinschalig zijn of wanneer er volgens de lidstaat slechts een gering risico bestaat dat de voorwaarden voor het ontvangen van steun niet zijn vervuld of de concrete actie niet is uitgevoerd. Dit besluit en de motivering ervan worden geregistreerd. De risicoanalysecriteria van lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderhavige lid.
8. Alleen controles die aan alle eisen van het onderhavige artikel voldoen, mogen worden meegerekend om te bepalen of het in lid 2 genoemde controlepercentage is bereikt.
9. De resultaten van de controles ter plaatse worden beoordeeld om uit te maken of eventueel geconstateerde problemen systematisch voorkomen en daardoor een risico voor andere soortgelijke acties, begunstigden of organisaties meebrengen. Deze beoordeling verschaft tevens duidelijkheid over de oorzaken van dergelijke situaties, over nader onderzoek dat eventueel vereist is, en over de aanbevolen corrigerende en preventieve actie.
Indien bij de controles significante onregelmatigheden in een regio, in een deel van een regio of bij een bepaalde producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aan het licht komen, voert de lidstaat in de loop van het jaar aanvullende controles in de betrokken regio of van de betrokken organisatie of unie uit en verhoogt hij het percentage overeenkomstige aanvragen dat het daaropvolgende jaar moet worden gecontroleerd.