Art. 36 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Stopzetting van een operationeel programma en beëindiging van een erkenning

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

1. Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma vóór het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, worden geen verdere betalingen aan die organisatie of unie gedaan voor acties die na de datum van stopzetting worden uitgevoerd.

2. De steun die vóór de stopzetting van het operationele programma is ontvangen voor subsidiabele acties, wordt niet teruggevorderd, mits:

a) de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aan de erkenningscriteria heeft voldaan en de doelstellingen van de acties zoals vastgelegd in het operationele programma, zijn verwezenlijkt op het moment van stopzetting, en

b) de investeringen die met bijstand uit het actiefonds zijn gefinancierd, in het bezit blijven van en gebruikt worden door de producentenorganisatie, unie van producentenorganisaties of haar dochternemingen die aan het vereiste van 90 % als bedoeld in artikel 22, lid 8, voldoen of haar leden tot ten minste het einde van de afschrijvingsperiode als bedoeld in artikel 31, lid 5. Anders wordt de voor die investeringen betaalde financiële bijstand van de Unie teruggevorderd en teruggestort in het ELGF.

3. De financiële bijstand van de Unie voor meerjarige verbintenissen, zoals milieuacties, wordt teruggevorderd en teruggestort in het ELGF wanneer de langetermijndoelstellingen en verwachte baten niet kunnen worden gerealiseerd als gevolg van de onderbreking van de maatregel.

4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige beëindiging van een erkenning, de intrekking van een erkenning en de ontbinding van de producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties.

5. Onverschuldigd betaalde steun wordt teruggevorderd overeenkomstig artikel 67.

Vorige artikelen

Volgende artikelen