Art. 40 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Voorwaarden inzake de bijstand voor de administratieve kosten van het opzetten van onderlinge fondsen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

1. De lidstaten stellen nadere bepalingen vast voor bijstand voor de administratieve kosten van het opzetten van onderlinge fondsen als bedoeld in artikel 33, lid 3, eerste alinea, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

2. De in het eerste lid bedoelde bijstand omvat zowel de financiële bijstand van de Unie als de bijdrage van de producentenorganisatie. Het totale bedrag van die bijstand is niet hoger dan 5 %, 4 % en 2 % van de bijdrage van de producentenorganisatie in respectievelijk het eerste, het tweede en het derde jaar van de werking van het onderlinge fonds.

3. Een producentenorganisatie mag de in lid 1 bedoelde bijstand slechts één keer en uitsluitend in de eerste drie jaar van de werking van het fonds ontvangen. Wanneer een producentenorganisatie slechts in het tweede of het derde jaar van de werking van het fonds bijstand aanvraagt, bedraagt deze bijstand respectievelijk 4 % en 2 %.

4. De lidstaten mogen maxima vaststellen voor de bedragen die een producentenorganisatie mag ontvangen als bijstand voor de administratieve kosten van het opzetten van onderlinge fondsen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen