Art. 6 Verordening (EU) 2017/460, Toepassing van referentieprijsmethodologieën
1. De referentieprijsmethodologie wordt door de nationale regulerende instantie vastgesteld of goedgekeurd zoals bepaald in artikel 27. Welke referentieprijsmethodologie wordt toegepast, hangt af van de resultaten van de overeenkomstig artikel 26 verrichte periodieke raadplegingen door de transmissiesysteembeheerder(s) of de nationale regulerende instantie, afhankelijk van het besluit van de nationale regulerende instantie.
2. De toepassing van de referentieprijsmethodologie levert een referentieprijs op.
3. Op alle entry- en exitpunten in een bepaald entry-exitsysteem wordt dezelfde referentieprijsmethodologie toegepast, behoudens de in de artikelen 10 en 11 vastgestelde uitzonderingen.
4. Aanpassingen van de toepassing van de referentieprijsmethodologie op alle entry- en exitpunten mogen enkel worden aangebracht overeenkomstig artikel 9 of als gevolg van een of meer van de volgende zaken:
a) benchmarking door de nationale regulerende instantie, waarbij referentieprijzen op een bepaald entry- of exitpunt worden aangepast zodat de resulterende waarden overeenstemmen met het concurrerende niveau van de referentieprijzen;
b) gelijkstelling door de transmissiesysteembeheerder(s) of de nationale regulerende instantie, afhankelijk van het besluit van de nationale regulerende instantie, waarbij dezelfde referentieprijs wordt toegepast op bepaalde of alle punten binnen een homogene groep punten;
c) herschaling door de transmissiesysteembeheerder(s) of de nationale regulerende instantie, afhankelijk van het besluit van de nationale regulerende instantie, waarbij de referentieprijzen op alle entry- of alle exitpunten, of beide, worden aangepast hetzij door de waarden ervan te vermenigvuldigen met een constante of door een constante op te tellen bij of af te trekken van de waarden ervan.