Art. 10 Verordening (EU) 2017/460, Regels voor entry-exitsystemen binnen een lidstaat waar meer dan een transmissiesysteembeheerder actief is
1. Overeenkomstig artikel 6, lid 3, wordt dezelfde referentieprijsmethodologie gezamenlijk toegepast door alle transmissiesysteembeheerders binnen een entry-exitsysteem in een lidstaat.
2. In afwijking van lid 1 en onverminderd lid 3, kan de nationale regulerende instantie besluiten:
a) dat dezelfde referentieprijsmethodologie afzonderlijk wordt toegepast door elke transmissiesysteembeheerder binnen een entry-exitsysteem;
b) in afwijking van artikel 6, lid 3, bij het plannen van samensmeltingen van entry-exitsystemen, tot intermediaire maatregelen die het mogelijk maken dat verschillende referentieprijsmethodologieën afzonderlijk worden toegepast door elke transmissiesysteembeheerder binnen de betrokken entry-exitsystemen. Een dergelijk besluit bevat de termijn voor de toepassing van de intermediaire maatregelen. De nationale regulerende instantie of de transmissiesysteembeheerders, afhankelijk van het besluit van de nationale regulerende instantie, verrichten een effectbeoordeling en een kosten-batenanalyse alvorens zulke intermediaire maatregelen toe te passen.
Wanneer verschillende referentieprijsmethodologieën afzonderlijk worden toegepast, worden de inkomsten uit transmissiediensten van de betrokken transmissiesysteembeheerders dienovereenkomstig aangepast.
3. Om de behoorlijke toepassing van dezelfde referentieprijsmethodologie gezamenlijk mogelijk te maken, wordt een doeltreffend vergoedingsmechanisme voor gasstromen tussen transmissiesysteembeheerders vastgesteld.
Het in lid 2, onder a), of, respectievelijk, lid 2, onder b), bedoelde besluit mag worden genomen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) er is een doeltreffend vergoedingsmechanisme voor gasstromen tussen transmissiesysteembeheerders vastgesteld met de bedoeling:
i) nadelige effecten op de inkomsten uit transmissiediensten van de betrokken transmissiesysteembeheerders te voorkomen;
ii) kruissubsidiëring tussen systeemintern en systeemoverschrijdend netgebruik te voorkomen;
b) een dergelijke afzonderlijke toepassing waarborgt dat de kosten overeenkomen met die van een efficiënte transmissiesysteembeheerder.
4. De maximumtermijn die is vastgesteld in het in lid 2, onder a), of, respectievelijk, lid 2, onder b), bedoelde besluit is uiterlijk vijf jaar vanaf de in artikel 38, lid 2, bedoelde datum. Ruim vóór de in dat besluit vastgestelde datum kan de nationale regulerende instantie besluiten die datum uit te stellen.
5. Tegelijk met de definitieve raadpleging overeenkomstig artikel 26, houdt de nationale regulerende instantie een raadpleging over de beginselen van het in lid 3 bedoelde doeltreffende vergoedingsmechanisme voor gasstromen tussen transmissiesysteembeheerders en de gevolgen ervan voor de tariefniveaus. Het vergoedingsmechanisme voor gasstromen tussen transmissiesysteembeheerders wordt toegepast overeenkomstig artikel 41, lid 6, onder a), van Richtlijn 2009/73/EG en wordt samen met de in het kader van de raadpleging ontvangen reacties bekendgemaakt.
6. De in artikel 22, lid 1, bedoelde reserveringsprijs wordt berekend zoals daar is vastgesteld. Wanneer lid 2 wordt toegepast, worden de volgende twee berekeningen uitgevoerd:
a) de in artikel 22, lid 1, vastgestelde berekening wordt verricht door elke betrokken transmissiesysteembeheerder;
b) het gewogen gemiddelde van de resulterende waarde als bedoeld onder a) wordt mutatis mutandis berekend overeenkomstig de in artikel 22, lid 1, onder b), vastgestelde formule.
7. De in artikel 26 bedoelde definitieve raadpleging wordt gezamenlijk door alle transmissiesysteembeheerders of door de nationale regulerende instantie verricht. Wanneer lid 2 wordt toegepast, wordt een dergelijke raadpleging verricht door elke transmissiesysteembeheerder afzonderlijk of door de nationale regulerende instantie, afhankelijk van het besluit van de nationale regulerende instantie.
8. De in de artikelen 29 en 30 bedoelde informatie wordt bekendgemaakt op een geaggregeerd niveau voor alle betrokken transmissiesysteembeheerders. Wanneer lid 2 wordt toegepast, worden de volgende twee acties uitgevoerd:
a) dergelijke informatie wordt individueel bekendgemaakt voor elke betrokken transmissiesysteembeheerder;
b) de informatie over de in artikel 30, lid 1, onder b), v), 2), bedoelde entry-exitverdeling voor het entry-exitsysteem wordt bekendgemaakt door de nationale regulerende instantie.